Hoe George Harrison op Friar Park in de voetsporen trad van de excentrieke Sir Harold Crisp

Webmaster Ingezonden columns

Als je Londen in westelijke richting uitrijdt en de M40 richting Oxford of de M4 naar Reading neemt, dan kun je de snelweg na enkele tientallen kilometers verlaten. Je zet koers naar het dorp Henley-On-Thames in Oxfordshire. In deze pittoreske plaats, die uit de Middeleeuwen stamt, streken George en Pattie Harrison op 12 maart 1970 neer. Ze gingen wonen aan de rand van het dorp, op het landgoed Friar Park. Het bleef de hoofdresidentie van George Harrison gedurende de rest van zijn leven. Een plek met een verhaal, die hem inspireerde tot het schrijven van diverse liedjes. Een plek die hem de ruimte bood om afstand te nemen van zijn hectische bestaan als publiek figuur. Een plek tenslotte, die precies paste bij het tegenstrijdige karakter van Harrison: dicht bij het kosmopolitische Londen, maar zo afgeschermd en uitgestrekt dat hij er als een kluizenaar kon leven.

Van een bungalow naar een kasteel met 120 kamers
George en Pattie kochten het enorme landhuis en het omliggende park in januari 1970. The Beatles waren in die periode als band zo goed als uitgespeeld en George en Pattie zochten een ruimer onderkomen dan hun bungalow Kinfauns, in de plaats Esher, die een stuk dichter bij Londen lag. Wat maakten ze een stap, qua ruimte. Friar Park was een kasteel, gebouwd in neo-Gotische stijl, met 120 kamers, op een landgoed van 25 hectare, waarop zich nog een aantal andere gebouwen bevonden. George moet vast gevallen zijn voor de bijzondere inrichtingselementen en details die de oorspronkelijke eigenaar, Sir Frank Crisp, had bedacht. De Harrisons telden destijds 140.000 pond voor het ‘pandje’ neer.
Een Efteling met een replica van de Matterhorn
Sir Frank Crisp moet een excentriekeling zijn geweest. De succesvolle Engelse advocaat en microscopist liet het huis in 1889 bouwen. Op het terrein bedacht hij grotten, ondergrondse gangen, een waterval, rotstuinen en een 6 meter hoge replica van de Matterhorn! In de tuinen plaatste Crisp vreemde tuinkabouters en de gebouwen en tuinen versierde hij met allerlei grappige details. Zo ontwierp landschapsarchitect Henry Ernest Milner voor hem een vijver met stenen die zich vlak onder het wateroppervlakte bevonden, waarmee de illusie gewekt werd dat je over het water kon lopen. Alle lichtknoppen in het huis hadden het gezicht van een monnik, van wie je de neus omhoog of omlaag moest duwen om het licht aan en uit te doen. Als we mee hadden gemogen, tijdens de bezichtiging, hadden we George ongetwijfeld kunnen horen grinniken. Friar Park was, kortom, een soort Efteling.
Woongemeenschap voor de nonnen
Crisp, tevens tuinbouwkundige, stelde zijn park open voor wandelaars, zodat iedereen kon meegenieten van zijn sprookjeswereld. Hij woonde er tot zijn dood in 1919. Het landgoed werd daarna aangekocht door Sir Percival David, die het een aantal jaren later, na zijn scheiding, beschikbaar stelde als woongemeenschap voor een aantal nonnen uit de orde van de Salezianen van Don Bosco. Tegen het einde van de jaren ’60 was het landhuis in zeer vervallen staat. Het stond op de nominatie om gesloopt te worden, toen de bijna 27-jarige George Harrison, die er al een complete carrière als Beatle op had zitten, interesse toonde om het te kopen.
Inspiratie voor albumhoezen
Begin 1972 liet George er een geavanceerde 16 sporen-opnamestudio bouwen en Friar Park werd zodoende de plek waar hij veel van zijn albums opnam. Zijn bijzondere woonomgeving was regelmatig terug te vinden in zijn liedjes of op de covers van zijn albums. Zo poseerde George voor de hoes van All Things Must Pass temidden van de antieke tuinkabouters van Sir Frank Crisp.
Friar Park kwam volop terug in Georges muziek
Op All Things Must Pass zong George over zijn excentrieke ‘huisbaas’ in het nummer Ballad of Sir Frankie Crips (Let it Roll). In deze clip kun je het nummer beluisteren, de tekst lezen en een aantal foto’s van het landgoed bekijken. Voor sommige nummers vond George inspiratie in inscripties op de gebouwen van het landgoed. Denk daarbij aan teksten als Ring out the old, ring in the new (Ding Dong, Ding Dong) en Scan not a friend with a microscopic glass, you know his faults now let his foibles pass (The Answer’s At The End). Met het nummer Crackerbox Palace, dat verwijst naar de bijnaam die George zijn kasteel gaf, bracht hij een vrolijke ode aan de plek waar hij woonde. In de clip volop beelden van Friar Park zoals hierboven te zien is.
George stond vaak midden in de nacht te tuinieren

Op Friar Park kon George zijn ziel en zaligheid kwijt in zijn nieuwe hobby: tuinieren. Hij liet de vervallen tuinen restaureren en werkte er zelf ook graag in. Bij voorkeur ‘s nachts, zo legde zoon Dhani in een interview uit: He’d garden at night-time until midnight. He’d be out there squinting because he could see, at midnight, the moonlight and shadows, and that was his way of not seeing the weeds or imperfections that would plague him during the day… Het werd pas echt een familieaangelegenheid toen ook één van Georges broers en vader Harrison neerstreken op Friar Park, om George te helpen op het landgoed.

Wat vond Pattie van Friar Park?
Voor Pattie was het vast ook even wennen om ineens een soort kasteelvrouwe te worden. Aanvankelijk had ze met George een ander huis op het oog gehad. Het stel was gaan kijken in de buurt van Lewes, East-Sussex, naar een optrekje met de naam Plumpton Place. Hun bod werd afgewezen door de eigenaresse, die weinig trek had in het idee dat er rock ‘n’ rollers in haar huis zouden trekken. Ze verkocht het aan de plaatselijke dokter, die het verkocht aan Michael Caine, die het op zijn beurt verkocht aan Jimmy Page. Opzet mislukt, maar George en Pattie hadden nog geen nieuw huis. Hun oplettende makelaar zag de piepkleine advertentie in de Sunday Times staan, waarmee de nonnetjes het landgoed te koop zetten. Pattie ging eerst zelf met hem een kijkje nemen en wist niet hoe snel ze George moest aansporen de volgende dag met haar mee te gaan. In haar autobiografie schrijft Pattie uitgebreid over hoe het huis en de tuinen er uit zagen. Het was een sprookje, maar het was een ook plek die haar soms angst inboezemde, vanwege het grote huis met de koude en donkere kamers. Uiteindelijk hield haar huwelijk met George geen stand en viel ze voor de charmes van Eric Clapton. Pattie pakte haar koffers en verliet het landgoed in 1974.

Olivia redde George
Uiteindelijk vond George nieuw geluk bij Olivia Arias, met wie hij trouwde en zoon Dhani kreeg. De familie beleefde gelukkige en rustige jaren op het landgoed en woonde af en aan ook wel tijdelijk op andere exotische locaties, maar Friar Park bleef hun veilige thuisbasis. George was regelmatig in de plaatselijke pub te vinden, met een biertje voor zijn neus of een gitaar om zijn nek. Het gezin kon een betrekkelijk rustig leven leiden in het Engelse dorp. Wrang genoeg was Friar Park juist de plek waar George en Olivia in de nacht van 30 december 1999 aangevallen werden door een inbreker die het huis, ondanks alle beveiliging, had weten binnen te dringen. Olivia wist de inbreker knock out te slaan, nadat deze herhaaldelijk met een mes op George instak. Het liep uiteindelijk goed af.

Olivia zorgt dat alles zorgvuldig bewaard blijft
Na Georges overlijden in 2001 bleef Olivia Harrison op Friar Park wonen. Al veertig jaar is het bijzondere landgoed haar thuisbasis. Ook Dhani is er nog regelmatig te vinden. Bijvoorbeeld wanneer hij gebruik maakt van de opnamestudio van zijn vader. Recent heeft Olivia besloten dat het landgoed een officieel archief krijgt. Daarin wordt zowel alles van George als van de geschiedenis van Sir Frank Crisp, het huis en de tuinen bijeen gebracht. Er komt zelfs een vacature voor een archivaris, die het allemaal mag gaan beheren. Het is dat ik zo verknocht ben aan Deventer…

Anne Hurenkamp blogt wekelijks over haar liefde voor The Beatles. Je kunt haar blog hier lezen of door je via e-mail te abonneren op www.Beatlestalk.blogspot.nl