HET LIVERPOOL VAN THE BEATLES (DEEL 3)

Webmaster BFNL Columns, Liverpool blog

PERCY PHILLIPS STUDIO EN DE “BEATLES STREETS”

Het is een straat met druk verkeer en de rijtjeshuizen in Georgiaanse stijl zien er niet bijzonder uit maar toch heeft op Kensington 38(1) een gebeurtenis plaatsgevonden die een niet onbelangrijke rol in de geschiedenis van The Beatles heeft gespeeld.

Op dit adres had Percy Phillips sinds 1925 een winkel waar hij accu’s verkocht en een oplaadservice daarvoor verzorgde. Na de oorlog verkocht hij ook elektrische apparatuur en grammofoonplaten. De winkel was op de benedenverdieping gevestigd. Op de eerste etage werden kamers verhuurd, o.a. aan John Thaw, beter bekend als Inspector Morse. De familie zelf woonde op de bovenverdieping.

In 1955, Phillips was toen bijna zestig, begon hij op verzoek van klanten een opnamestudio waarvoor hij in Londen de apparatuur kocht. Daarmee was het voor die tijd fikse bedrag van ca. £ 400 gemoeid. Het Britse pond was toen nog ruim tien gulden waard! Met de aangeschafte apparatuur was hij in staat opnames op tape te maken en die op acetaat platen vast te leggen, maar ook was het mogelijk om de opname direct op de plaat te snijden. Phillips’ studio bouwde de eerste jaren al meteen een goede reputatie op in Liverpool en omgeving en heel wat skiffle bandjes wisten de weg ernaar te vinden. Ook zanger en acteur Ken Dodd nam er in die tijd al regelmatig demo’s op.

In dit pand gingen in de zomer van 1958 vijf knapen naar binnen met gitaren en een drumstel om van hun bijeen gespaarde geld een plaatopname te maken. Het waren The Quarrymen, bestaande uit de gitaristen John Lennon, Paul McCartney en George Harrison, drummer Colin Hanton en pianist John “Duff” Lowe. Ze moesten in de voorkamer wachten tot ze aan de beurt waren. Zware gordijnen voor de ramen en ook voor de deur moesten voorkomen dat teveel verkeerslawaai doordrong tot de studio in de achterkamer. Over de juiste datum van de plaatopname bestaat wat onduidelijkheid maar dat is vermoedelijk 12 juli 1958 geweest. De datum van 14 juli die op de plaquette boven de deur wordt genoemd is waarschijnlijk fout. Op die dag staat namelijk niet een dergelijke opname in het studio logboek vermeld.

Ook over het bedrag dat de vijf aan Percy Phillips moesten betalen doen verschillende versies de ronde. Op de plaquette staat 17/6d te lezen maar het is waarschijnlijker dat het 11 shilling en 3 pence is geweest. In het logboek staat namelijk op 12 juli vermeld dat er een skiffle band was met een direct naar disc gemaakte opname voor 11/3. In Engeland gebruikte men toen nog niet het decimale stelsel. Een pond bestond destijds uit 20 shillings die op hun beurt weer waren onderverdeeld in 12 pence. Het bedrag is ook precies door vijf te delen (ieder 2 shilling en 3 pence) wat sommigen aanleiding geeft om te stellen dat daarom John Lowe, die normaal gesproken slechts incidenteel met The Quarrymen optrad, werd gevraagd mee te spelen. Daardoor konden de kosten voor de anderen worden beperkt.

Toen The Quarrymen aan de beurt waren, stelden ze zich snel op. Omdat bij de “sound check” bleek dat de drums veel te hard door kwamen werd de snaredrum afgedekt met een sjaal waardoor het geluid werd gedempt. Eerst werd “That’ll Be The Day” op de plaat vastgelegd met zang van John Lennon. Toen was er nog wat onenigheid over welk nummer de B-kant zou moeten worden. Uiteindelijk werd gekozen voor het doo-wap nummer “In Spite Of All The Danger” geschreven door Paul en vanwege zijn gitaarsolo werd ook George als componist genoemd. Omdat Colin Hanton en John Lowe dit nummer niet kenden, vroegen zij of het een keertje geoefend kon worden. Maar daar wilde Percy Phillips niets van weten. Ze moesten het meteen gaan spelen.

Toen ze al bijna drie minuten met het nummer bezig waren gebaarde Phillips dat ze moesten afronden omdat het label van de plaat bij het snijden in zicht kwam. Maar John Lennon wist echter van geen ophouden en pas na drie minuten en vijfentwintig seconden klonk de laatste noot, vlak voordat het einde van de plaat werd bereikt. Binnen een kwartier stonden de gasten weer buiten met een kostbare 78-toeren acetaat disc in hun bezit. De eerste originele plaatopname waarop drie van de vier Beatles zijn te horen.

De vijf muzikanten spraken af dat ze de plaat allemaal een tijdje in hun bezit mochten hebben maar nadat John, Paul, George en Colin de plaat hadden doorgegeven bleef die uiteindelijk liggen bij John Lowe. Die besloot in 1981 om deze unieke plaat, waarschijnlijk de kostbaarste ter wereld, op een veiling bij Sotheby’s aan te bieden. Toen Paul McCartney daarvan hoorde heeft hij tegen een onbekend bedrag de plaat van Lowe overgenomen. Op Anthology 1 zijn beide nummers voor de eerste keer te horen. De versie van “In Spite Of All The Dangeris echter ingekort, waarschijnlijk omdat er toch een foutje in de opname geslopen was. Hier is nog wel een gereconstrueerde opname met de oorspronkelijke lengte te horen:

In 2005 is, in aanwezigheid van o.a. Colin Hanton en John Lowe de plaquette onthuld boven de deur van de woning die overigens niet te bezichtigen is. De studio werd in 1969 gesloten en de platenzaak vijf jaar later. Toen nam de familie de benedenverdieping weer in gebruik.

Een beetje misleidend is de tekst op het glaspaneel boven de deur:Birthplace of the Beatles”. Kort na de plaatopname verliet Colin Hanton de band en ook John Lowe heeft niet meer met de andere drie opgetreden. Uiteindelijk duurde het nog ruim een jaar voordat John, Paul en George weer samen een band gingen vormen zoals ik in de vorige aflevering heb beschreven en daarna is het eigenlijk pas echt begonnen. Dus geboorteplaats van The Beatles … ?

De straat Kensington is met openbaar vervoer goed te bereiken met de buslijnen 8, 9, 10, 10A en 10B vanaf het centrum (Queen’s Square) . De bushalte Low Hill(7) ligt pal aan de overkant van dit huis.

In november 1981 besloot het gemeentebestuur van Liverpool om de Fab Four te eren met straatnamen in een nieuwbouw wijkje. Tien minuten lopen of twee haltes verder met de bus vind je deze zogenaamde Beatles Streets door de Coleridge Street in te slaan en dan de eerste straat links te nemen. Dan loop je op de John Lennon Drive(2) en even verder zie je ook de Ringo Starr Drive(3), de Paul McCartney Way(4) en de George Harrison Close(5). Sommige bewoners hebben hun huizen ook van passende namen voorzien zoals Strawberry Fields en Sergeant Pepper’s, maar ook The Cavern en Imagine. De bewoner van John Lennon Drive nr. 64 heeft zelfs het bordje met de tekst “When I’m 64 John Lennon Drive” opgehangen. Overigens is vlakbij toevalligerwijs ook nog een Sutcliffe Street te vinden(6) die echter niets met Stu Sutcliffe van doen heeft.

Voor meer informatie over het openbaar vervoer en time tables van de bussen zie: www.merseytravel.gov.uk

In de volgende aflevering zal ik aandacht gaan besteden aan Penny Lane en omgeving.

– Paul van Riet – (alle foto’s ©Paul van Riet)