P.S. I Love You

BFNL BFNL Columns, My Head Is Filled With Things To Say

Gek genoeg moet ik altijd aan Carnaval denken als ik P.S. I Love You hoor. Een eenvoudig, beetje voortkabbelend liedje met een niet erg Beatlesque drumpartijtje (Andy White natuurlijk). In geen honderd jaar zou dat geassocieerd kunnen worden met het grootste jaarlijkse volksfeest op Brabantse bodem.

Zonder vrouw en kinderen want dat was destijds de regel.

Ik ben opgegroeid met Carnaval en wel in Tullepetaonestad, de ‘officiële’ naam van Roosendaal ruim 40 dagen voor Pasen. Mijn vader speelde trompet in de Notenkrakers, een carnavalsband die tevens dienst deed als Hofkapel. En de Hofkapel moest tijdens de Carnavals hoogtijdagen de muzikale omlijsting verzorgen, daar waar de Prins en zijn gevolg aantraden. Dat betekende in de praktijk dat ze 5 dagen fulltime op pad waren, zonder vrouw en kinderen want dat was destijds de regel.

Mijn moeder nam mij en mijn twee zussen daarom maar mee op sleeptouw. Van de ene carnavalsactiviteit naar de andere en daar waar het kon naar de plaatsen waar ook de Hofkapel in de buurt was. Een heel gesjouw voor mijn moeder, arme vrouw.

Het laatste bal van Carnaval werd destijds in schouwburg De Kring het restjesbal genoemd. In de grote zaal, waar alle stoelen waren weggehaald, stonden vele Roosendaalse kappellen te spelen. Zo ook de Hofkapel en uiteraard was ons gezin daar ook bij, op sleeptouw genomen door mijn moeder. Tijdens een van de laatste restjesballen die ik bezocht verveelde ik me stierlijk. Het was zo’n gelegenheid waar mijn vriendjes nooit bij waren.

Dus ik liep maar wat rond in m’n carnavals-pré-puberale stofjas en ging naar de wc om te plassen. Voor ik het wist zat ik aan het tafeltje bij het schoteltje waar wc-gebruikers geld op dienden te gooien.

Voor de toiletmeneer hadden de Carnavalsdagen er kennelijk hard in gehakt en zocht hij een gelegenheidsvervanger om hem even te verlichten van zijn taak.

Alles wat er betaald werd was voor mij en ik had al snel in de gaten dat het een lucratief handeltje was. Een jong kereltje aan het ‘eerst betalen dan plassen of andersom’ schoteltje, daar kon natuurlijk geen toilet ganger aan voorbijlopen. Na een uur of wat gezeten te hebben had ik dan ook aardig wat geld verzameld en werd ik weer afgelost door de professionele toiletkracht. ‘Als ik dat volgend jaar weer wilde doen, dan meld je je maar’. Nou zeker meneer, ik zal het onthouden..!

Met mijn stofjaszakken vol kleingeld zocht ik mijn moeder op die me al langere tijd kwijt was. Toen ik ze de herkomst van alle dubbeltjes, kwartjes en guldens had uitgelegd en ze duidelijk had gemaakt die ik niet in de drugshandel of prostitutie was beland, kreeg ik dan ook de zegen om er een Beatlesplaat van te kopen. Zo opgelucht was ze. Op Aswoensdag spoedde ik mij dan ook naar de platenzaak en kocht ik de ‘100 jaar plaatopname jubileum editie’ van Please Please Me. In één ferme klap 14 Beatlesliedjes rijker, me in de schoot geworpen dankzij de toiletgroep van schouwburg De Kring.

Voor mij sprong P.S. I Love You er altijd uit omdat die zo uit de toon viel ten opzichte van de rest. En nog altijd, wanneer het liedje voorbij komt, denk ik dan terug aan de memorabele manier waarop ik de LP verdiende. En aan mijn vader die zijn longen uit zijn lijf speelde op het warme benauwde podium van schouwburg De Kring.

En aan mijn moeder, die tegen wil en dank in de zaal stond, moe van het ons op sleeptouw nemen tijdens de lange intensieve carnavalsdagen en zich zorgen makend over waar haar zoon zich verscholen hield. Maar dankzij hen was ik wél op het goede moment in De Kring en staat die LP nu in de kast. Het P.S. I Love You kan dan ook maar voor 2 mensen bedoeld zijn…

Nou vooruit dan, ook voor de toiletmeneer die waarschijnlijk op Aswoensdag al vergeten was dat hij mij een enorm plezier had gedaan.

– Luc van Gaans –