10. LP Wild Life – Wings – 7 december 1971

BFNL BFNL Columns, CAN YOU TAKE ME BACK?

Tracklisting: Mumbo; Bib Bop; Love Is Strange; Wild Life; Some people Never Know; I Am Your Singer; Bib Bop link; Tomorrow; Dear Friend; Mumbo link.

Het album verscheen in 1987 op CD. Dat was ook de eerste keer dat de twee instrumentale tracks op kant twee een naam kregen. Het eerste deuntje (een akoestisch riedeltje van 50 seconden) heette nu Bib Bop Link, hoewel ik die ‘link’ niet echt zie. Eerlijk gezegd is dit stukje muziek veel leuker dan het uitgerekte Bib Bop. De tweede instrumental (ook rond de 50 seconden) is rauw en sluit het album af. Hier is de link naar Mumbo logisch en goed te volgen. Twee stukjes muziek die je eerder op McCartney uit 1970 zou verwachten dan op Pauls eerste groepsplaat.

In 1993 werd het album als remaster uitgebracht (onder de paraplu van de Paul McCartney Collection) met aanvullend singlesmateriaal. In 2018 verscheen de ultieme versie (nu als onderdeel van de Paul McCartney Archive Collection) met outtakes, ruwe mixen en meer alternatief werk. Ik zeg: eindstation. Meer kun je er niet van maken.

Terug naar het album. McCartney begon zijn solocarrière met een plaat waarop hij alle instrumenten zelf bespeelde. Daarna volgde Ram waarbij hij gebruik maakte van sessiemuzikanten. Dat beviel hem goed en zodoende ontstond er een nieuw idee in zijn hoofd: hij wilde weer in een bandje spelen en dan niet met megasterren (dat was hij zelf al), maar met relatief onbekende muzikanten.

Sessiekanon Hugh McCracken bedankte voor de eer.

Start from scratch. Dat was de insteek. Niet meteen Madison Square Garden, of de Hammersmith Odeon, maar kleine relatief onbekende venues en dan opbouwen en zo geschiedde het: in februari 1972 maakte Paul met zijn nieuwe band Wings een korte toer langs Britse universiteiten, maar we lopen op de feiten vooruit.

Wie moesten er allemaal meedoen in Pauls groep? Sessiekanon Hugh McCracken bedankte voor de eer (David Spinoza was al eerder afgehaakt). Zijn oude vriend Denny Laine (Moody Blues-contact uit 1965) had er wel oren naar. Wellicht was Denny een tweede (of misschien wel derde) keus, maar niemand had daar problemen mee. Sessiedrummer Denny Seiwell vond het ook prima en kwam ingevlogen vanuit New York. Leuk feitje: Seiwell was eigenlijk al geboekt om te drummen op ‘Cold Spring Harbour’, het debuutalbum van ene Billy Joel.

Linda deed ook mee, op keyboards, hoewel haar muzikale ervaring op dat gebied beperkt was. Ze twijfelde – een pluim voor haar zelfkennis – maar Paul zeurde net zo lang tot ze ‘ja’ zei.

Nieuwe songs werden verkend en in twee dagen gerepeteerd in Pauls Rude Studio, in Schotland. Daarna verkaste de groep naar Londen, waar ze in een week tijd (eind juli, begin augustus) het eerste album opnamen, in de Abbey Road Studio’s.

Het was even zoeken naar een leuke naam voor de band (The Dazzlers, Turpentine), maar al snel viel de keuze op het woord Wings. Volgens Paul viel het woord hem binnen toen hij op 13 september 1971 in de wachtkamer van het ziekenhuis bad voor een veilige geboorte van zijn dochter Stella. In diezelfde wachtkamer componeerde hij trouwens de song When The Wind Is Blowing, aan de hand van een afbeelding van een Picasso-schilderij, in die ruimte.

Iets eerder, op 2 augustus werd de geboorte van de band wereldkundig gemaakt en op 8 november was er in Londen een feestje voor de pers en genodigden, om de bandleden voor te stellen en de eerste geluiden van het debuutalbum te laten horen. De verwachtingen waren hoog. Vooral omdat ex-collega’s George en John de wereld aan hun voeten hadden liggen: George met All Things Must Pass en de Bangla Desh-concerten en Lennon met zijn meesterwerk Imagine (waarop George ook nog eens meespeelde!). Die twee waren de heren van de kosmos! Wat wilde een Beatlesfan nog meer?

Zou Paul hier overheen gaan? Of scherper gezegd: kon Paul hier overgaan?

De voorkant van de hoes oogt ietwat truttig (vind ik). Hoezo Wild Life? We krijgen een pastorale Readers Digest-achtige foto van Barry Lategan: omringd door natuur en witte duiven (Wings!) zit de eerste incarnatie van de band op een dwarsgevallen boomtak. Wat heeft Linda aan? Een soort nachtjapon? Dit kan echt niet. Bandleider Paul staat voor de anderen, een vroeg teken van zijn hoofdrol. Hij staat, de rest zit.

Overigens wel een voorteken van de toekomstige carrière van Wings. Een van de meest succesvolle groepen van de jaren zeventig – maar… het was en bleef altijd Pauls project.

Geen belettering. Slechts een foto. Gewaagd. Blijkbaar ging Paul ervanuit dat iedereen toch wel wist dat hij het was en vond hij een groeps- of albumnaam niet nodig (á la Abbey Road). Toen de verkoopcijfers tegenvielen werden er in Amerika toch snel stickers gedrukt en op het album geplakt, om duidelijk te maken dat dit niet zo maar een album van de eerste de beste was.

De achterkant van de hoes vermeldt de tracklisting, een popi-jopieverhaaltje over de ‘Genesis’ van de band en een grappige pentekening van Paul hoe hij de band ziet.

Het label voor de A-kant is een foto van Pauls gezicht met een rode ster en op de B-kant zien we Linda, die net uit het water komt. Hopelijk was ze niet achterover gevallen van die tak op de voorkant van de hoes.

Achter de songvolgorde zat een idee. Een concept, toe maar. Linda vertelde dat de snellere songs op de A-kant stonden en de meer langzame op de B-kant. Dansen en sjansen, zullen we maar zeggen (hoewel ik me afvraag hoe dansbaar nummers als Wild Life en Bip Bop zijn).

Paul vertelde trots dat alle tracks ‘one takes’ waren. Spontaner ga je het niet krijgen zou je denken, maar niets is minder waar, want van alle nummers op het album zijn meerdere takes in meerdere dagen opgenomen.

Let’s go! Het album trapt de deur met een woeste kick open. Een jam: Mumbo. McCartney had er meteen een goed gevoel over en riep spontaan ‘Take it, Tony!’ naar engineer Tony Clark. Tenminste, dat vertelde hij, maar het klopt niet. Deze versie is take twee. De kreet ‘Take it, Tony’ is dus bewust geuit en in de mix gezet.

Het nummer begint prima. We vallen er middenin. Het swingt als een gek en Macca schreeuwt onzinwoorden in zijn beste Ram-stem. De solo vanaf seconde 50 hakt ook lekker om zich heen. So far, so good. maar dan gaat de track vervelen. Paul blijft maar schreeuwen en de muzikale patroontjes herhalen zich eindeloos. Na bijna vier minuten is het godzijdank voorbij. Zonde, want als Paul de track rond de twee minuten had laten outfaden, had iedereen heel anders naar het nummer gekeken. Daarvan ben ik overtuigd. Nu gaat de luisteraar bijna smeken om het einde.

Datzelfde euvel overkomt track twee: Bib Bop. Een prima deuntje en typisch McCartney. Simpel en niet uit je hoofd te krijgen. Spannend is de zin ‘Try to hide your handbag, underneath the stand’. Verwijst dat naar een andere inhoud dan een eventuele kam, deo of lippenstift?

Maar… de track is te gehaast opgenomen (en te snel afgespeeld). Het gaat maar door. Ook hier weer hetzelfde als bij Mumbo: als Paul de track na twee en een halve minuut in het slot had gegooid, was het een alleraardigst deuntje geweest. De perfecte B-kant, zou ik zeggen, maar… om het in de tijd te zetten: niet een track waar uitgehongerde Beatlesfans (die net Imagine voor hun kiezen hadden gekregen) op zaten te wachten.

Datzelfde euvel horen we ook op de slottrack van kant A: Wild Life. Nu maar liefst meer dan zes minuten. Als dat dan spannende minuten waren á la Hey Jude, of Isn’t It A Pity was het geen probleem geweest, maar dit is een eenvoudig liedje, dat al snel in een repeat-modus terecht komt en zichzelf maar blijft herhalen. Zelfs Pauls vocale uithalen – die tot de vier minuten grens overigens prima klinken – krijgen op een gegeven moment iets irritants.

Jammer dat niemand het lef had om Paul ‘strak te trekken’, zoals Nigel Godrich dat zo fantastisch deed op Chaos And Creation In The Backyard uit 2005 (UK 19, US 6, NL 8).

Het liedje Wild Life begint kwetsbaar met een akoestisch intro (dat muzikaal los staat van het vervolg). Het eentonige keyboardgeluid (les één van ‘Hoe bespeel ik een keyboard?’) komt invallen en neemt voor mij direct alle spanning weg. Vergelijk dat eens met het begin van Let Me Roll It. De gezongen vraag ‘Whatever happened to?’ van het koor is goed gevonden, maar komt niet helemaal uit de verf. De live-uitvoeringen uit 1972 klinken een stuk levendiger.

Hij schreef het niet zelf

Het hoogtepunt van kant A is track drie: Love Is Strange. Wat een heerlijk nummer. Mag niet ontbreken op elke serieuze Macca-playlist. Hij schreef het niet zelf, het is een oudje uit 1956, maar wat maakt dat uit. De band heeft er lol in en blijft goed ‘in’ het nummer zitten. Het semi-reggae-ritme is opvallend; de bas is bij reggae een hoofdrolspeler, dus dat ligt Paul goed. Het geheel maakt Love Is Strange misschien wel de eerste ‘blanke’ reggae-song (beseffende dat reggae pas in 1968 ontstond, als fusion tussen ska en rocksteady).

Lennon claimde dat de brug van zijn song Mind Games uit 1973 het eerste teken van ‘blanke’ reggae was, maar Paul was hem toch echt te vroeg af met Love Is Strange, en zelfs met C Moon uit 1972. Even werd overwogen om de track – met I Am Your Singer op de B-kant – uit te brengen als single (14 januari 1972 stond gepland), maar de release van Give Ireland Back To The Irish gooide roet in het muzikale eten.

Dat tracks die over de zes minuten heen gaan niet per se saai hoeven te zijn bewijst het openingsnummer van kant B: Some People Never Know. Hier horen we de meester. Het is een originele McCartneycompositie, waar niets op valt aan te merken. Het nummer heeft een spaarzaam arrangement, met hier en daar vreemde geluiden. Het ‘Afrikaanse’ einde is een geniale vondst, die het nummer in stijl uitluidt.

I Am Your Singer is een nummer waar je van houdt, of dat je direct skipt. Ik zit een beetje in het midden. Ik ben niet zo gecharmeerd van Linda’s stem, maar de melodie is bijzonder fraai. Het is easy listening van hier tot de overkant, maar de uitvoering doet niemand kwaad en Paul en Linda scoren extra punten, omdat ze in twee minuten klaar zijn. ‘Hadden ze ook bij Mumbo en Bib Bop moeten doen’, sprak hij (nog steeds) mokkend.

Het album eindigt met twee bonafide songs: Tomorrow en Dear Friend. Tomorrow wordt iets te snel afgespeeld, waardoor Paul af en toe afgeknepen klinkt. Het is verder een braaf, maar toch ook prachtig lied. Als je de (langzamere) rough mix beluistert, vraag je je af waarom die niet gewoon is uitgebracht, in 1971. In die alternatieve versie horen we Linda ook nog ‘Tomorrow’ zingzeggen tijdens de twee bruggen.

David Cassidy was zo gecharmeerd van het nummer dat hij het opnam voor zijn album Home Is Where The Heart Is, uit 1976. Hij bracht het zelfs uit op single (Zuid-Afrika was het enige land waar het een hit werd). Toch is het een fantastische versie, die ik in dezelfde categorie plaats als Come And Get It van Badfinger (US 7, UK 6).

Paul was zelf ook niet ontevreden over Tomorrow, want hij noteerde de song op zijn long list voor de 1975-1976 wereldtournee. Wel grappig dat een componist liedjes schrijft met de titel Yesterday en Tomorrow en in 1982 Here Today!

Dear Friend kan gezien worden als een tegemoetkoming naar John Lennon. Een muzikale poging tot wapenstilstand na de uithalen op Ram (en Lennons narrige reacties daarop: ‘Hoogverraad!’). Het begint supermooi. De eerste drie minuten zijn magisch (de melancholische ondertoon – Beatlesmateriaal) maar daarna is het voor de zoveelste keer een herhalingsoefening. De spanning lost op, omdat dezelfde melodielijn rond de tien keer herhaald wordt. Was gestopt na drie minuten en het was een instant classic geweest.

Maanden later zou hij zijn talent voor ballads perfectioneren in het prachtige My Love. Hij speelde dat nummer al tijdens de universiteitentoer in 1972, maar in het voorjaar van 1973 verscheen het op single en werd het een wereldhit ( US 1, UK 9, NL 12). Dear Friend heeft die perfectie absoluut niet.

Niemand snapte eigenlijk wat Paul precies wilde.

Wat vonden de critici van het debuutalbum Wild Life? Niet veel. Niemand snapte eigenlijk wat Paul precies wilde. Veel mooie woorden vooraf en een presentatie in Londen met topsterren, maar dat Wings geen nieuwe Beatles waren was al snel duidelijk. Mensen hadden dure gerechten en mooie wijnen verwacht, maar wat ze kregen was een waterig soepje bij het Leger Des Heils.

Wat is Wild Life dan wel? Dat was (en is) eigenlijk de grote vraag. De critici (en dit keer ook de fans) waren verward en unaniem negatief in hun beoordelingen. Ik zal u – lezer – de pijnlijke recensies besparen. Creatief writing was het vizier, maar niemand zat te wachten op zwak, onafgewerkt materiaal. De tegenvallende verkoopcijfers moeten Paul en Linda hebben geraakt. Blijkbaar hadden ze meer tijd nodig, om het vizier op scherp te zetten. Minder marihuana, meer focus. Zoiets…

Wat vind ik er zelf van? Kant één is volkomen mislukt. De betovering ontbreekt. Muziek zonder illusies (maar dat is een persoonlijke hypothese). Ik was verbluft na wat ik hoorde (de eerste keer). Sorry, fans. Ik heb jarenlang geprobeerd iets te maken van Mumbo, Bib Bop en Wild Life, maar de tracks gaan te lang door voor uiterst magere muzikale ideetjes. Ik blijf me dus ongemakkelijk voelen op dit onevenwichtige pad.

Alleen Love Is Strange is top en dat is een cover: dus extra pijnlijk. Ik heb het eerder gezegd, maar zeg het nog één laatste keer: had Paul Mumbo en Bib Bop gemaximeerd op een minuut of twee en had hij Wild Life een fade-out gegund rond de vier minuten, dan had het totaalpakket totaal anders overgekomen (ik zeg niet: anders geklonken). Aangevuld met Mamma’s Little Girl was het misschien wel spannend geweest en stel je voor dat de Ram-outtake A Love For You de openingstrack was geweest, in plaats van het zielloze Mumbo. Wow…

Over kant twee ben ik een stuk milder. Het klinkt best wel lekker. Vier serieuze tracks en twee jam-achtige uitstapjes. Het geheel vloeit. Some People Never Know is heerlijk en mag wat mij betreft tot in de eeuwigheid doorgaan, I Am You Singer is oké en meer niet, het akoestische Bib Bob Link doet niemand kwaad en klinkt in mijn oren als de gitaar van de rattenvanger van Hamelen. Tomorrow is bubble gum (no questions asked), Dear Friend een poging tot diepgraverij (en dat is te prijzen) en de afsluiter van Wild Life is een outtake die niemand kwetst, maar waar ook niemand van wakker ligt.

In Amerika steeg de plaat naar nummer tien en verkreeg het op 13 januari 1972 de goudstatus. Niet slecht, maar na de megasuccessen van McCartney (no. 1) en Ram (no. 2) voelde dit vanuit winstoogmerk toch wel als een let-down. In Engeland piekte Wild Life op 12 december 1971 op nummer elf, terwijl Lennon in diezelfde week met Imagine op negen stond.

Tenslotte: Wild Life was een goedbedoelde poging, maar controversieel. Ingeklemd, als slagschaduw tussen Johns meesterwerk Imagine en George’s kippenvelmoment The Concert For Bangla Desh (dat klinkt als een samenzwering, maar was het niet), buitengewoon fout getimed. Het was een totale knock-out voor McCartney. De magiër is afgedaald tot het niveau van een straatverkoper. Alsof hij het spoor volkomen bijster is. We horen hier iemand, die nog niet weet wat hij precies wil en dat is pijnlijk. Vooral ook, omdat hij op dat moment zoveel fantastische schetsen tot zijn beschikking had. Het zou allemaal goed komen maar dat wisten we toen nog niet…

Pauls ex-Beatlesstatus en dandy-isme zorgden ervoor, dat de verkoopcijfers oké waren, maar als de tapes van een anonieme band waren, had geen enkele platenmaatschappij zich eraan gewaagd. Wild Life is in die zin half geslaagd.

Het enige positieve dat ik erover kan zeggen, is dat dit echec Macca geen tweede keer zou overkomen.

Wordt vervolgd: The Concert For Bangla Desh van George Harrison and Friends

– Robin Raven – 2019