11. The Concert For Bangladesh

BFNL Album recensies, BFNL Columns, CAN YOU TAKE ME BACK?

Tracklisting: Introduction George Harrison/Ravi Shankar; Bangla Dhun; Wah Wah; My Sweet Lord; Awaiting On You All; That’s The Way God Planned It; It Don’t Come Easy; Beware Of Darkness; Band introduction; While My Guitar Gently Weeps; Medley Jumpin’ Jack Flash/Young Blood; Here Comes The Sun; A Hard Rain’s Gonna Fall; It Takes A Lot To laugh, It Takes A Train To Cry; Blowin’ In The Wind; Mr. Tambourine Man; Just Like A Woman; Something; Bangla Desh.

George Harrison and Friends – 20 december 1971. Voor we beginnen met de bespreking: we hebben het hier over het elfde (in Engeland tiende) album van The Beatles en solo in een tijdsbestek van nog geen twee jaar. En dan mogen we daar ook nog de losse singles Instant Karma, Another Day, Power To The People, It Don’t Come Easy en Bangla Desh bij optellen. Wat een productiviteit in 1970 en 1971! Absoluut ongeëvenaard in de historie van popmuziek.

Het triple album (zes plaatkanten maar dat hadden er net zo goed vier kunnen zijn) verscheen op 20 december in Amerika, Engeland volgde op 10 januari 1972. Het was een mega package (cardbox en begeleidend boekwerk met 64 bladzijden met foto’s van de concerten) en bedoeld om zoveel mogelijk geld te genereren voor de slachtoffers van het Bangla Desh drama.

In de jaren zestig vloeide alles in elkaar over: het was John, Paul, George en Ringo: ‘Het vierkoppige monster’, zoals Mick Jagger ooit zei. Vijftig jaar na het uiteenvallen van The Beatles zijn John Lennon en Paul McCartney iconen geworden van de popmuziek: een tweekoppige Zeus, onaanraakbaar, bigger than life. Dat geconstateerd hebbende, is het verrassend te ontdekken dat de meest succesvolle ex-Beatle in de eerste helft van de jaren zeventig niet John of Paul was, maar George Harrison.

Een ongekende rollercoaster!

Wat kreeg hij allemaal voor elkaar in die eerste solo jaren? Bent u er klaar voor? Daar gaan we. Een ongekende rollercoaster! Het eerste echte solo album All Things Must Pass werd een mega seller dankzij classics als My Sweet Lord, What Is Life, Beware Of Darkness, Isn’t It A Pity en het onvolprezen titelnummer. In 1971 werkte George samen met Ringo Starr op diens wereldhit It Don’t Come Easy (een opgedoken demo uit 1970 met vocals van George doet vermoeden dat hij de track schreef). Daarnaast was George te horen op meerdere tracks van het Imagine album van John Lennon. Maar 1971 was natuurlijk ook het jaar van Bangla Desh: de samenwerking met Ravi Shankar, de benefiet single, de twee concerten in augustus in de New Yorkse poptempel Madison Square Garden en het album met de live registratie, dat op de valreep van Oud en Nieuw verscheen. In 1972 hielp George zijn oude maatje Ringo opnieuw met de wereldhit Back Off Boogaloo (UK 2, US 9), ontving hij een UNICEF award voor Bangla Desh, ontmoette hij Elvis tijdens een concert (‘He looked like Vishnu!’) en verscheen de concertfilm van het legendarische concert.

Maar de koek was nog niet op. In 1973 scoorde George een dubbele nummer één in Amerika met de single Give Me Love en het album Living In The Material World. Stiekem moet hij hebben genoten van het megasucces van de rode en de blauwe Beatles dubbelaars, die in het voorjaar van 1973 verschenen, en tot de grootste album hits van de jaren zeventig zouden gaan behoren. Tenslotte was George dat jaar te horen op vier tracks van Ringo’s succesvolle Ringo plaat (waarvan Photograph uiteraard het bekendste nummer werd – George speelde niet alleen mee op dat nummer maar schreef het ook). Vanaf eind 1974 werd het allemaal wat minder, maar de muzikale projecten van George genereerden altijd wel een zekere mate van aandacht en succes

Het verhaal van de genesis van Bangla Desh – de officiële spelling is trouwens Bangladesh) is meerdere keren verteld, maar, zoals dat hoort bij een goed verhaal: een vertelling met mythologische proporties verliest nooit zijn waarde.

Bangla Desh. De voorloper van Live Aid. De grote instigator van het geheel was Ravi Shankar. Ten tijde van het conflict werkte Ravi met George aan een biografische film over hem met de werktitels Messenger Out From The East en East Meets West. Uiteindelijk werd dit Raga. Ravi wilde iets doen voor de vluchtelingen uit Oost-Pakistan (zoals Bangla Desh voorheen heette). In het kort: West- en Oost Pakistan waren gescheiden door India. West sprak Urdu, Oost Bengali. Oost won de verkiezingen, West was het daar niet mee eens en startte een waar schrikbewind onder de Bengaalse inwoners van Oost. Waarschijnlijk meer dan een miljoen mensen kwam om door terreur en honger.

Het was een confrontatie met de waarheid, de werkelijkheid. Iets dat George niet kon ontkennen.

Los van die etnische kwestie had de cycloon Bhola eind 1970 een ware ravage aangericht in de nieuwe staat Bangla Desh en de bevolking ondergedompeld in ellende. Pijn, angst, dood, honger en vermoeidheid. Rampspoed na rampspoed. Erger was ondenkbaar. Ravi had veel familie en kennissen in het getroffen gebied en vroeg aan George in juni 1971 of hij wellicht wilde meewerken aan een benefietconcert. Dat wilde George wel, de jas van side-kick paste hem prima, maar nadat de ex-Beatle zich had verdiept in de situatie en de ellende, was hij zo geraakt, dat hij besloot het initiatief uit Ravi’s handen te nemen en te gaan voor een mega-concert om zoveel mogelijk geld binnen te halen voor het goede doel. Dat in-de-ban-raken was geen reclamestunt. Daarvan ben ik overtuigd. Het was een confrontatie met de waarheid, de werkelijkheid. Iets dat George niet kon ontkennen. Zoals hij zong op het Bangla Desh lied: ‘It’s something I can’t neglect.’

Een belangrijk woord dat nu in mij opkomt is ‘solidariteit’. Als ik George’s carrière zou moeten omschrijven zou dat absoluut één van de thematische woorden zijn. Altijd beschikbaar voor vrienden, zoals Ringo, Ravi, Mal Evans, Billy Preston, Monty Python, Carl Perkins, en meer.

Oorspronkelijk was er sprake van één concert op 1 augustus 1971 in de Madison Square Garden (de enige beschikbare datum die maand), maar toen de 20.000 kaartjes in no-time waren uitverkocht, werd besloten een tweede concert in de avond te organiseren. Het middagconcert begon rond half drie, de avondshow om acht uur. Grote vrienden werden gevraagd: Badfinger, Billy Preston, Jesse Ed Davis, Eric Clapton, Jim Horn, Chuck Findley, Carl Radle, Leon Russell, Klaus Voormann, Jim Keltner, zelfs Ringo Starr en de grote bard Bob Dylan – de aanwezigheid van de laatste veroorzaakte bijna hysterie omdat men dacht dat hij zich had teruggetrokken uit de boze wereld van muziek en commercie. Iedereen was bereid mee te doen. Paul McCartney werd ook gevraagd (ik vraag me altijd af of George dat zelf deed of overliet aan zijn press officers) maar Macca vond het ongemakkelijk om aanwezig te zijn, terwijl er zoveel pijnlijke juridische, financiële en persoonlijke (Allen Klein) hobbels waren tussen hem en zijn oude bandleden. Daar zat wel wat in, maar… wat was er gebeurd als hij wel was gekomen? Interessante gedachte. Het had zeker bijgedragen aan de verbroedering onderling en wellicht was de muzikale toekomst heel anders verlopen. John Lennon wilde optreden met Yoko, maar toen George subtiel aangaf dat hij graag John alleen op het podium wilde hebben, ontstond er een fikse ruzie tussen John en Yoko. Volgens sommige bronnen ging John namelijk akkoord en daar zat Yoko niet op te wachten. Uiteindelijk kwam John niet opdagen. Een jaar later zou Lennon (met Yoko) ook twee liefdadigheidsconcerten geven in Madison Square Garden. Geen wereldwijd nieuws zoals het Bangla Desh fenomeen, beetje rommelig en zeker niet muzikaal historisch, maar de One-To-One concerten waren zeker interessant, al was het alleen al om Lennon’s chaotische bloemlezing van zijn recente solo werk te horen.

Tussen alle activiteiten door was er ook nog een benefietsingle en een EP. Eerst de single. Een korte bespreking want de volledige toelichting komt wanneer het album The Best Of George Harrison aan bod is. Op dat album uit november 1976 (US 31) verscheen het lied Bangla Desh namelijk voor het eerst op een langspeler. Eind juni 1971 dook George, samen met Ringo, Leon Russell, Carl Radle en Jim Keltner, de Wally Heider Studio’s in Los Angeles, om George’s nieuwste song Bangla Desh op te nemen.In juli nam Jim Horn zijn blaaspartijen op. Het geheel werd geproduceerd door George en Phil Spector. Russell stelde voor om de song te openen met een langzaam intro. Het doet me altijd een beetje denken aan het begin van Russels 1971 song A Song For You.

Op de b-kant stond het aanstekelijke Deep Blue, een track die nooit tijdens George’s leven op een album verscheen (terwijl The Best Of George Harrison toch een mooie kandidaat zou zijn geweest, samen met Miss O’Dell). Het plaatje verscheen eind juli, vlak voor de twee grote concerten en werd een prima internationaal succes (UK 10, US 23). Ravi Shankar bracht een dikke week na het concerten de EP Joi Bangla uit (vaag vertaald als Glorie aan de nieuwe naam van Oost-Pakistan). Hierop horen we drie meesterlijk werken van Ravi maar ook van Ali Akbar Khan en Alla Rakah. George Harrison produceerde het schijfje dat (uiteraard) werd uitgebracht op Apple.

Terug naar het concert. Er was maar weinig tijd om te repeteren. George organiseerde een snelle en korte repetitie met de leden van Badfinger, Leon Russel en Ringo, waarbij potentiële liedjeskandidaten als All Things Must Pass en Art Of Dying voorbijkwamen. Daar is verder weinig over bekend (waarom zijn daar geen bootlegs van?). Afijn, de totale cast was pas beschikbaar een dag voor het concert. Geen tijd dus om alles in een rustig tempo glad te strijken. De grote lijnen waren duidelijk. Een wonder dat alles zo lekker klonk. Ondenkbaar, bijna. Het zegt iets over het enthousiasme en de muzikaliteit van alle deelnemers.

In de eerste plaats klopt de titel niet omdat er twee concerten waren.

Wat kunnen we zeggen over het album The Concert For Bangla Desh?
In de eerste plaats klopt de titel niet omdat er twee concerten waren. Maar dat is muggenziften. De muziek was een samensmelting van de middag- en avondperformance en werd uitgesmeerd over maar liefst zes plaatkanten. Beetje overdreven, bij elkaar had het gemakkelijk een dubbelaar kunnen zijn.
Zijpaadje: fans van George waren na het uiteenvallen van The Beatles lelijk de pisang, want de eerste twee solo-schijven (All Things Must Pass en The Concert For Bangla Desh) zaten in luxe boxen en omhelsden maar liefst zes lp’s. Daar ging je zakgeld.Maar, eerlijk is eerlijk: de muziek is ongeëvenaard. Niet altijd even scherp en synchroon, maar het gaat hier vooral om het gevoel, de happening uit een internetloze wereld, en dat is na al die jaren nog steeds verschrikkelijk goed en vooral emotioneel. Vergeet niet dat er maar één dag gerepeteerd werd en vanuit dat perspectief zijn de twee concerten huzarenstukjes. Er is veel aandacht voor de reacties vanuit het publiek. Dat wordt al meteen duidelijk op kant één waar George in zijn fantastische witte pak met oudtestamentische sik zijn goeroe/mentor/vriend Ravi Shankar (en orkest) aankondigt. Het publiek reageert orgiastisch op alles wat er gebeurt. Ravi vraagt vriendelijk of de mensen willen stoppen met roken en als ze na het inspelen enthousiast juichen en klappen, bedankt hij ze droog met de legendarische woorden: ‘Als jullie dit al leuk vinden, hopen we dat jullie het echte spel nog meer zullen waarderen’. Fantastisch, een klassieker in de wereld van de popmuziek. Daarna volgt er prachtige betoverende Indiase muziek. Op het album hoor je daar maar een kwartiertje van, maar Ravi speelde in het echt maar liefst drie kwartier. Het publiek reageerde correct, zoals het hoort, en gaf het spelers na afloop een staande ovatie. George was zo verrast (en verrukt) over die reactie dat hij het idee herhaalde voor zijn november/december tournee door Noord-Amerika in 1974. Toen was het publiek minder coulant ten aanzien van de ondoorgrondelijke klanken. Het oosten was in trek maar toen even niet. Beleefd applaus, tijd om een biertje te halen, een jointje op te steken en op het versierders pad te gaan. Als de narcotica brigade binnen was gevallen hadden ze goede business gedaan. De tijden waren veranderd. Maar daar kom ik op terug als we het album Dark Horse uit 1974 bespreken.

Op kant twee speelt George vlekkeloze versies van zijn recente hits Wah-Wah, My Sweet Lord en Awaiting On You All. Een aaneenschakeling van schoonheid. Wie niet geraakt wordt door dit drieluikje heeft geen ziel. De afsluiter is voor de onnavolgbare Billy Preston, die al dansend een vlammende uitvoering van That’s The Way God Planned It neerzet. Zeurpuntje: opvallend en onbegrijpelijk dat de plaatversie van Wah-Wah korter duurt dan de live/filmversie.

Ringo excelleert op kant drie met zijn uitvoering van zijn eerste grote wapenfeit It Don’t Come Easy. Niet helemaal, want hij vergeet hier en daar wat woorden maar zijn persoonlijkheid draagt hem door de uitvoering heen. Het maakt het publiek niet uit – Ringo’s aanwezigheid overstijgt elke vorm van kritiek. Iedereen is dolblij om twee ex-Beatles op het podium te zien en ze geven de baardige drummer een uitzinnige ovatie (zoals het hoort).

Dat hij die middag en avond überhaupt aanwezig was, mag een mirakel heten.

Beware of Darkness is een ongewoon en interessant duet tussen George en Leon Russell. De ruige pianist was geen vreemde voor George en Ringo. Zij speelden mee op zijn debuutalbum Leon Russell uit 1970. Leon had voorkennis want hij nam Beware Of Darkness op voor zijn album Leon Russell And The Shelter People uit mei 1971 (US 17). Prachtig is het moment waarop Russell invalt met zijn geknauw en dat vindt het publiek ook. Op While My Guitar Gently Weeps excelleert Harrisons maatje Eric Clapton. Dat hij die middag en avond überhaupt aanwezig was, mag een mirakel heten. Arme Eric was zwaar verslaafd in die periode en kwam pas opdagen tijdens de laatste soundcheck. Er waren twijfels over zijn functioneren daarom werd Jesse Ed Davis ingevlogen als eventuele plaatsvervanger. Het was niet nodig. Clapton stond er en besprenkelde iedereen met zijn unieke klasse (mede dankzij de methadon). Tussen die twee laatste songs introduceert George de band (waarbij hij bijna hilarisch Billy Preston vergeet!). Billy was niet de enige die hij vergat. Beneden in Ringo’s kleedkamer zat Stephen Stills met zijn dronken hoofd te foeteren op alles en iedereen. Waarom? Hij had 30 juli voor een uitverkocht Madison Square Garden gespeeld en al zijn podiumspullen beschikbaar gesteld voor het concert maar hij werd niet gevraagd om mee te spelen en hij werd uiteindelijk niet eens genoemd in de band introductie.

Kant vier opent met de rauwe negen minuten durende medley van Leon Russell, een zalig hoogstandje, dat korte metten maakt met het origineel van Young Blood en vervolgens gaat hij aan de slag met Jumpin’ Jack Flash. Hierna volgt een akoestische kippenvel-uitvoering van Here Comes The Sun. George zou het nummer later nog vaker uitvoeren (1976 Saturday Night Live, 1987 Prince’s Trust, 1991 december tournee Japan, 1992 Royal Albert Hall), maar deze eerste versie is pure gold, gebeeldhouwd en onbenaderbaar. Begrijpelijk dat deze uitvoering werd opgenomen op de Let It Roll compilatie uit 2009.

Op kant vijf steekt Bob Dylan exclusief de sleutel in het slot (begeleid door George en Ringo – gelooft u nog in sprookjes?). Sensatie, Dylan had twee jaar niet opgetreden en zou dat na Bangla Desh pas weer doen in 1974. George en Bob waren dikke maatjes en dat trok Bob waarschijnlijk over de streep.
Tijdens het middagconcert speelde Dylan trouwens ook Love Minus Zero/No Limit, maar die vind je niet terug op de oorspronkelijke vinyl-versie van het album (gelukkig wel op de CD). Op de plaat hoor je de avonduitvoering van Mr Tambourine Man. Bob was diep in zijn hart doodsbenauwd (net als George). Hij bedacht een miljoen redenen om niet mee te doen maar na afloop was hij zo enthousiast over het gebeuren dat hij uitriep dat ze ook wel een derde show hadden kunnen geven! George sluit op kant zes de deur met spetterende uitvoeringen van Something en Bangla Desh. Helaas ontbreekt in deze finale Hear Me Lord, het klassieke sluitstuk van All Things Must Pass, dat werd uitgevoerd tijdens de matinee performance. George was zelf niet tevreden over de uitvoering (‘Creaky’), maar bootleg fragmenten laten horen dat er helemaal niets mis mee is. Tijdens de repetities brachten George en Bob ook nog een prima uitvoering van If Not For You ten gehore. Helaas niet live gespeeld tijdens de concerten, gelukkig hebben we de beelden nog.

Er was een hoop gedoe over de voorkant van de hoes. Er stond een ondervoed kindje op dat eten pakt uit een bijna lege etensbak. Dat vond de platenmaatschappij niet zo’n prettig beeld. Ze waren bang dat het zielige beeld potentiele kopers zou afschrikken, Zij wilden liever een foto van een vitale George op voorkant. Toch zette Harrison door: het kind bleef. Pas in 2005 (vier jaar na Harrisons dood) verscheen er een nieuwe uitgave met het gezicht van George op de voorkant.

George wilde de plaat zo snel mogelijk op de markt brengen maar voordat alle rompslomp rond royalty’s, platenmaatschappijen en de belasting geregeld was, was het al december. Tijdens een uitzending van de Dick Cavett Show op 23 november 1971, waar George een promootje deed voor de film Raga (die dezelfde dag in Amerika in première ging) sprak hij ook zijn irritaties uit over de trage totstandkoming van de plaat. Vergeet niet dat er ondertussen al aardig wat bootlegs met ruwe opnames waren uitgebracht en die zouden best wel eens invloed kunnen hebben op de verkoopcijfers van het officiële album.

In Amerika kwam de plaat uit op 20 december en bereikte op 4 januari 1972 de goudstatus (een half miljoen exemplaren verkocht). Op 8 januari 1972 was The Concert For Bangla Desh de hoogste binnenkomer op nummer 14 om een week later door te stomen naar de tweede plaats (achter Don McLean’s American Pie). Uiteindelijk zou het album de Grammy Award winnen voor beste album van 1972.

In Engeland, waar het album in de eerste week van januari verscheen, bereikte het op 29 januari 1972 de eerste plaats. Ook in Nederland, trouwens. Van 5 februari tot 3 maart stond The Concert For Bangla Desh nummer één in de Nederlandse Album top-100. De recensies waren unaniem positief. Onbeschrijflijke schoonheid.

George was riding high.

Wordt vervolgd: Some Time in New York City van John Lennon en Yoko Ono.

– Robin Raven 2020 –