4. LP Let It Be

BFNL BFNL Columns, CAN YOU TAKE ME BACK?

Tracklisting: Two Of Us; Dig A Pony; Across The Universe; I Me Mine; Dig It; Let It Be; Maggie Mae; I’ve Got A Feeling; One After 909; The Long And Winding Road; For You Blue; Get Back.

Het twaalfde Beatles album Let It Be verscheen in Engeland in een luxe box met een boekwerk van maar liefst 160 bladzijden met foto’s en citaten uit de film. Dat betekende ook dat de verkoopprijs met 1/3 steeg waar veel fans niet blij mee waren. Het boek bleek later van inferieure kwaliteit en viel al snel uit elkaar. Mint exemplaren gaan tegenwoordig voor astronomische prijzen.

De meeste landen (waaronder Amerika) moesten het doen met de ‘gewone’ (betaalbare) standaardhoes zonder begeleidend fotoboek. Eind 1970 volgde Engeland overigens dezelfde richtlijn. In 1987 was de CD première en in 2009 volgde de remaster.

Let It Be is een van de meest opmerkelijke albums in de geschiedenis van de popmuziek, in die zin, dat er geen uitgave is, die zoveel muzikale incarnaties heeft gekend, zowel voor als na de officiële release. Zelfs de titel transformeerde: van Get Back (1969) via Let It Be (1970) naar Let It Be… Naked (2003).

George Martin voelde zich door deze opmerkelijke zet lichtelijk aan de kant geschoven.

Aan de Phil Spector-release uit 1970 gingen twee versies vooraf. Het samenstellen hiervan gebeurde niet door George Martin, maar – op verzoek van Paul – vooral door Glyn Johns. Deze laatste was een upcoming geluidstechnicus en producer, die later classics zou opnemen met alle groten der aarde. George Martin voelde zich door deze opmerkelijke zet lichtelijk aan de kant geschoven. En terecht lijkt me, na jaren trouwe dienst. De taakverdeling tussen de vijfde Beatle en Glyn Johns was onduidelijk. Wie deed nu precies wat en wie was waar verantwoordelijk voor? Deze dubbelzinnigheid (en dus onduidelijkheid) zou de spreekwoordelijke typering worden van het hele project.

In mei 1969 presenteerde Johns zijn eerste versie van het Get Back album, maar niemand was daar erg tevreden over. Het totaalbeeld was conceptueel bedoeld, maar kwam rommelig over met links en rechts (bewust gemixte) foutjes. De tracklist: One After 909 (de enige song van ‘het dak’); Rocker (doelloze jam); Save The Last Dance For Me (een fragment van de classic); Don’t Let Me Down (met in het derde couplet Johns toevoeging ‘Coochy Coochy Coochy Coo’ en een prachtige McCartney ‘One more Time’ falsetto); Dig A Pony (in die fase nog All I Want Is You geheten); I’ve Got A Feeling; Get Back; For You Blue; Teddy Boy; Two Of Us; Maggie Mae; Dig It (vier minuten); Let It Be; The Long And Winding Road; Get Back (reprise).

Het project werd op de lange baan geschoven en uiteindelijk (vanwege het verschijnen van de LP Abbey Road) op een zijspoor gezet. In december 1969 keerden The Beatles terug naar het project. Glyn Johns kreeg de opdracht opnieuw een album samen te stellen dat synchroon liep met de songs uit de (nog niet uitgebrachte) gelijknamige film. Dat betekende de verwijdering van Teddy Boy en het toevoegen van Across The Universe en I Me Mine. Johns presenteerde zijn tweede versie in januari 1970, maar ook deze werd afgewezen.

In maart 1970 regelde de nieuwe Beatles manager Allen Klein Phil Spector om de tapes onder handen te nemen. Wellicht dat Lennon ook iets te maken had met die keuze, daar Spector in februari 1970 een fantastische mix had gemaakt van de single Instant Karma! (We All Shine On). Harrison was ook enthousiast, want in mei 1970 zat Spector achter de knoppen van zijn eerste echte soloplaat All Things Must Pass (the rest is Krishna history).

Tot nu toe dus drie versies: twee van Glyn Johns, één van Phil Spector. De vierde versie vinden we enigszins verstopt terug op Anthology 3 uit 1996. Maar liefst acht tracks – alleen Dig It en Maggie Mae ontbreken. One After 909 (1963) en Across The Universe (1968) waren al te horen op respectievelijk Anthology 1 en Anthology 2.

Maar de koek was nog niet op. In 2003 verscheen de vijfde versie van Let It Be/Get Back, nu onder de naam Let It Be… Naked (USA nr 5, UK nr 7, NL nr 8). Dit was een opgeschoonde versie zonder orkestrale poespas onder supervisie van Paul en Ringo. Geen Dig It en Maggie Mae maar wel een spetterende versie van Don’t Let Me Down.

En nu is het wachten op de release van de film. Mocht die ooit nog uitgebracht worden, gaat dat ongetwijfeld gepaard met een ‘nieuw’ soundtrackalbum. Versie zes, dus. Maar dat is koffiedik kijken…

In deze recensie zoomen we in op versie drie, het album Let It Be, zoals het werd uitgebracht in mei 1970. Laten we beginnen met de hoes. Het totaalbeeld oogt als een blow-up rouwkaart. John, Ringo en George staren keurig symmetrisch naar linksboven terwijl Paul de enige is die recht in de camera kijkt (met een bloedrode achtergrond). Vier losse foto’s, drie draaien weg, eentje kijkt naar ons. De verwijdering had niet beter geïllustreerd kunnen worden. Was het zo bedoeld?

Gewoon weer spelen als een four-man-band. Back-to-basics.

Het idee van Get Back kwam van Paul: laten we een rock ’n roll plaat maken die bestaat uit one-take versies van gloednieuwe songs, uitmondend in een live concert. Terug naar het begin. Leuke tv-special erbij. Klaar. Helemaal geen slechte gedachte. Misschien zelfs wel verfrissend na alle trickery van Sgt. Pepper’s/Magical Mystery Tour en de witte dubbelaar. Gewoon weer spelen als een four-man-band. Back-to-basics. Elkaars kwaliteiten (her)ontdekken. Op zoek naar de magie van vroeger. Maar daar ging het fout. McCartney was namelijk een ding vergeten. Vroeger bestond niet meer.

Een van de beste ideetjes rond het project was ongetwijfeld de oorspronkelijke cover. John stelde voor een foto te schieten op de trap van EMI in Manchester Square, London, identiek aan het eerste album Please Please Me. Na zes jaar was de transformatie van Ringo, George en John fascinerend. Alleen Paul leek nog enigszins op zichzelf. Helaas ging het niet door, ook hier weer uitstelgedrag. Godzijdank werd de onbetaalbare foto later gebruikt voor de verzamelaar 1967-1970.

Op 2 januari 1969 kwamen The Beatles bijeen in de Twickenham Film Studio’s in St. Margarets, London. Voor de heren geen onbekend terrein want delen van de films A Hard Day’s Night en Help! (en de clip Hey Jude) waren in deze grootste studio van Engeland opgenomen. Paul had de studio geregeld. Wellicht hoopte hij dat de goede herinneringen zouden bijdragen aan een spoedige voortgang van de sessies.

De sfeer zou prima moeten zijn want het witte dubbelalbum, uitgebracht in november 1968, verkocht als een tierelier en stond de hele maand januari nummer een in Engeland, Amerika en de rest van de wereld. The Beatles were on top of the world again!

Maar zo makkelijk ging het niet. Paradise lost. Macca’s strategie werkte voor geen meter. Muziek maken in de ochtend (tien uur, de eerste kop koffie, goodmorning!), in een kille hangar-achtige studio, met tig mensen om je heen voor het geluid, licht en meer, werkte niet echt bevorderend voor vriendschap, gemoedsrust of enige vorm van creativiteit. Onmenselijke omstandigheden voor rock musici.

Daarnaast zaten George en John op andere sporen. George had eind 1968 een heerlijke democratische tijd gehad in Amerika met Bob Dylan en leden van The Band. Dat gevoel van gelijkwaardigheid nam hij mee naar London maar de opwinding verdween als sneeuw voor de zon door het dominante gedrag van dirigent McCartney. Het knalde meerdere malen tussen die twee. George liep zelfs weg maar hij kwam terug…. met Billy Preston, waardoor de sfeer enigszins verbeterde.

George knalde niet alleen met McCartney; het knetterde ook met John en Yoko. Het werd zelfs zo triviaal dat George Yoko ervan beschuldigde van zijn koekjes te hebben gegeten. Tja, een verstikkende sfeer, zo ver was het gekomen. Tijdens een lunchmoment ging George een keer met John op de vuist hoewel dat incident later door beiden werd afgedaan als een akkefietje. En dan hebben we het nog niet eens gehad over Johns heroïne verslaving.

Door de overstap op 22 januari van Twickenham naar de eigen Apple studio’s (plus de komst van Billy Preston en de grotere rol van George Martin) verbeterde de sfeer aanmerkelijk, maar het bleef een gespannen affaire.

  • Het album opent met geheimzinnige woorden van een maniakale streetpreacher (Lennon): I dig a pygmy, by Charles Hawtrey and the Deaf Aids (vreemd gelach op de achtergrond). Phase One in which Doris gets her oats. Charles Hawtrey was een populaire Britse comedy actor en de Deaf Aids een bijnaam voor de Vox versterkers die de groep gebruikten.

Na dit merkwaardige (door Spector ingemixte) intro nemen pastorale gitaarklanken ons mee naar het sentimentele Two Of Us. Een intiem portret. Over wie gaat dit nummer? Over John? Linda? Wellicht een combi van beiden. De oer titel was On Our Way Home en vroege versies verraden dat het begon als een lekker strak rocknummer. McCartney was daar ontevreden mee en koos uiteindelijk voor de huidige competente folk versie.

Dig A Pony is naast Don’t Let Me Down een van de twee originele Lennon bijdragen aan het project. Het is een lekker nummer dat eigenlijk nergens over gaat. Het is sheer wordplay. Spelen met woorden. Dat wil niet zeggen dat het een zinloze exercitie is. Integendeel, er wordt uitstekend gemusiceerd en de performance staat als een huis. De titel zou een verwijzing kunnen zijn naar little horse (heroïne).

Deze theorie is niet geheel uit de lucht gegrepen daar Lennon in de periode van zijn leven worstelde met de verwoestende meester der hallucinerende middelen. Overigens worstelde John met meer zaken. Ook met de tweede regel van het derde couplet. Op de officiële versie zingt hij Load A Lorrie, maar in andere versies horen we: Dug A Bony of Bug A Dony.

Phil Spector mixte de begin- en slotkreet All I Want Is You weg uit het nummer. Merkwaardig. Nog merkwaardiger overigens dat deze twee uitroepen ook niet voorkomen op de versie van de CD Let It Be… Naked uit 2003. Daar zouden ze nu juist moeten terugkeren. Zo Naked was dat project blijkbaar dus ook weer niet.

John noemde Across The Universe in de prille jaren zeventig een van zijn mooiste teksten.

Across The Universe is de spreekwoordelijke vreemde eend in de bijt. Opgenomen in februari 1968, gepasseerd voor de witte dubbelaar, Yellow Submarine, Abbey Road, een mogelijke five track EP, en uiteindelijk verschenen in december 1969 op het WNF album No One’s Gonna Change Our World. Een opmerkelijke historie voor een meesterwerk. John noemde Across The Universe in de prille jaren zeventig een van zijn mooiste teksten en dat is natuurlijk ook zo. Hij drukt met beelden uit wat bijna niet te verwoorden is. Across The Universe is een ongekend avontuur. Voor je er aan begint, moet je eerst twee keer diep adem halen.

Mijn favoriet van het album is George’s I Me Mine. Ik was verkocht vanaf de eerste luisterbeurt door de zwarte kijk op het bestaan. De aanklacht tegen narcisme en de combi van walz/rock, bittere tekst/kwetsbare zang, geeft het nummer iets aparts, iets eigens. Fantastisch hoe de zweep over het ritme wordt gelegd. Als je naar de Nagra Tapes luistert (de tapes met bijna alle studio-opnames van januari 1969) hoor je hoe John en Paul George helpen met het nummer. Het is zelfs McCartney die tussen neus en lippen door met het rockgedeelte op de proppen komt!

Omdat er geen bruikbare versie was uit januari 1969 (en het nummer toch echt in de film voorkomt) kwamen George, Paul en Ringo in januari een laatste keer bijeen om een nette versie neer te zetten. Het liedje was oorspronkelijk een stuk korter. Spector verlengde het eenvoudigweg door het eerste couplet en het refrein nog een keer te gebruiken. Een geniale edit, dat moet gezegd. George zou de titel later gebruiken voor zijn autobiografie I Me Mine uit 1979.

Dig It is geen echte song, eerder een uit de hand gelopen jam. Er zijn verschillende ritmes en takes tot wel tien minuten lang. Glyn Johns koos voor een vier minuten versie (Spector distilleerde daar een halve minuut uit). Er is ook een hele aardige versie, waarin Lennon alle titels van het nog te verschijnen album voorbij laat komen. Aardig, omdat hij naast de gebruikelijke tracks ook Maxwell’s Silver Hammer en All Things Must Pass roept. En Dig A Pony heet tijdens de jam nog gewoon All I Want Is You.

Spector verricht hier uitstekend werk.

Let It Be is het vlaggenschip van de collectie. Wat moet daar na al die jaren nog over worden gezegd? De album versie klinkt mooier dan de single omdat het totaalbeeld ruimer is. Versie twee duurt twintig seconden langer en we horen twee verschillende gitaarsolo’s. De single solo is uit 1969 en de album solo is van 4 januari 1970. Spector verricht hier uitstekend werk. Leuke anekdote is dat het nummer al vanaf 15 januari 1970 te beluisteren was op het album This Girl’s In Love With You van Aretha Franklin (USA no 17). De single Let It Be was de negentiende nummer één voor de groep in Amerika maar in Engeland bleef het liedje steken op de tweede plaats. De gelegenheidsformatie Ferry Aid zong Let It Be in april 1987 voor drie weken naar nummer één.

Maggie Mae is een oud Liverpools liedje uit de achttiende eeuw over een prostituee die een zeeman berooft die net terug is van een lange reis (een zogenaamde ‘homeward bounder’). In de fifties werd het door elke zichzelf respecterende Liverpoolse groep gezongen en blijkbaar konden The Beatles de puberale verleiding niet weerstaan zich aan het horkerige liedje te wagen. En gelukkig maar, want het is een heerlijke korte versie, die kant één ludiek afsluit.

I’ve Got A Feeling is de laatste uitgebrachte samenwerking tussen John en Paul. McCartney tekent voor de rockende romp terwijl Lennon het alleraardigste ‘Everybody Had A…’ inbrengt. De juiste instelling: aan het einde vallen beide stukken perfect samen. Lennon was die periode van zijn leven nogal gecharmeerd van opsommingen want hij hanteerde dezelfde herhaaltechnieken bij Dig A Pony en Dig It. Verder moet hij tevens gecharmeerd zijn van het begin van de song want hij kopieert het letterlijk in 1973 op het album Mind Games voor het liedje I Know (I Know).

One After 909 ramt de deur open als een dampend rockertje uit de begintijd van de heren. Geschreven rond 1957, uitgeprobeerd in 1963 voor een single, en daarna vergeten. Glyn Johns was zo gecharmeerd van de uitvoering dat hij het als opener gebruikte voor zijn Get Back albums. En dat is begrijpelijk. Het speelplezier spat ervan af. Het nummer gaat nergens over maar who cares? Move over once, move over twice, come on, baby, don’t be cold as ice.

Wilde plannen vanuit het verleden. Dynamiek van hier tot de overkant: misschien is One After 909 wel het kernstuk van het hele oorspronkelijke Get Back concept.

The Long And Winding Road is (naast Let It Be) McCartney’s tweede all time mega ballad van het album. Het nummer, geschreven met Ray Charles in gedachten (die de song trouwens in 1971 zou uitbrengen), is een weemoedig lied over een verloren liefde. Oorspronkelijk een eenvoudige piano ballad maar door Phil Spector opgestuwd tot hemelse proporties. Is hij daarin geslaagd? Moeilijk te zeggen. Ik heb zelf niet zo’n moeite met de orkestrale versie. Niet echt een gevoel van onbekwaamheid. Het is aangedikt, akkoord, maar ook wel weer smaakvol gedaan. In die zin dus een passende slotsingle voor de groep. De Amerikanen zagen het helemaal zitten want nadat het liedje in mei 1970 op single verscheen, werden er binnen twee dagen meer dan een miljoen van verkocht. Het knalde in juni voor twee weken naar de top, daarmee de twintigste nummer één voor de groep binnen zeven jaar tijd. Een ongekende prestatie.

De Engelsen brachten het liedje niet uit. Bij ons in Nederland bereikte The Long And Winding Road de top tien op basis van import sales uit Amerika. McCartney schreef het liedje eind 1968. Ik vermoed dat de inspiratie afkomstig was van het lied Those Were The Days. Paul produceerde de oorspronkelijk Russische track voor Mary Hopkin. De titel van het origineel is Bij De Lange Weg. Ik heb zo’n gevoel dat dit onbewust in Pauls hoofd is blijven hangen maar dat is een theorie. Zijpaadje: Brian Wilson vindt het een van zijn all time favorite songs.

For You Blue (oorspronkelijke titel Sweet And Lovely) is een vrolijk niemendalletje van George. Een liedje a la McCartney dat al snel in je hoofd blijft hangen en er nooit meer uit wil. Paul zette tijdens het Concert For George concert in 2002 een geweldige uitvoering neer. George zelf speelde een uitgerekte versie van het nummer tijdens zijn 1974 tour door Amerika en Canada. Op de moeilijk verkrijgbare EP Songs By George Harrison uit 1988 staat een opname van 13 december 1974. Niets mis mee. Het doet snakken naar meer materiaal van de tour maar dat zal waarschijnlijk officieel nooit het daglicht zien.

Get Back dankt zijn tekstuele inspiratie, wat het refrein betreft, aan de George Harrison compositie Sour Milk Sea uit 1968. Op het album horen we een stevige maar afwijkende mix van de single (die dertien maanden eerder uitkwam). Aan het eind plakt Spector er nog een koddige uitspraak van John aan vast (I’d like to say thank you…). Een beetje geschiedvervalsing, want deze woorden sprak Lennon niet uit na Get Back maar na het dakconcert. Meer even los daarvan, de inlas werkt uitstekend. Hats off for Spector.

In Engeland kwam het album binnen op nummer één.

Het album Let It Be verscheen in mei 1970. Het was een wereldwijde hit. Natuurlijk, The Beatles gingen uit elkaar en waren nog steeds hot, een gouden combinatie voor gezonde sales. In Engeland kwam het album binnen op nummer één en hing de hele zomer rond in de top tien. Uiteindelijk eindigde de plaat op nummer zes in de lijst van bestverkochte UK albums van 1970.

In Amerika gingen er bijna vier miljoen exemplaren in de voorverkoop, dus ook daar viel er commercieel niets te klagen. Het album stond vier weken op nummer één (het loste McCartney af die het drie weken op de toppositie had volgehouden).

In 1971 wonnen the Beatles een Grammy Award voor Let It Be als Best Original Score Written For A Motion Picture. Pikant is dat Paul en Linda aanwezig waren om de award op te halen.

De recensies waren afwisselend. Sommige critici vonden het een prima album, maar anderen waren zuinig. De positivo’s waardeerden het afwisselende karakter van de plaat, een maand in het leven van The Beatles, terwijl de pessimisten nu juist, zacht uitgedrukt, de coherentie en schoonheid van Abbey Road misten.

Deze discussie sluimert anno 2018 nog steeds voort, hoewel de algemene teneur tegenwoordig toch wel neigt naar een positief oordeel. Zoals vaak wordt gezegd: het minste van The Beatles staat nog altijd gelijk aan het beste van elke andere artiest. Wat Let It Be betreft, kan ik die gedachte volkomen volgen…

  • Conclusie: Het eindproduct komt niet over als een eenheid. Net als de witte dubbelaar overigens, maar daar valt nog te spreken over een conceptuele eenheid in verscheidenheid door alle verschillende vertelvormen. Bij Let It Be heb ik dat gevoel nooit. Het oogt als een opmerkelijke verzameling liedjes, een willekeurig lijnenspel.
  • Wellicht heeft een en al te maken met de positionering van de songs. Kijk ter illustratie naar kant één. Two Of Us is een studio folksong, Dig A Pony brengt ons live naar de kille buitenlucht, Across The Universe ontluikt als een orkestraal droomstuk, I Me Mine dendert als een rockwalz, Dig It is een transmissie, Let It Be een virtuoze gospel van hemelse proporties en Maggie Mae een traditional. Hoe breed wil je het hebben?
  • Misschien was het logischer geweest om de songs thematisch bij elkaar te zetten. Kant één: Get Back; Don’t Let Me Down; For You Blue; Maggie Mae; I’ve Got A Feeling; One After 909; Dig A Pony. Kant twee: Two Of Us; I Me Mine; Dig It; Let It Be; Across The Universe; The Long And Winding Road; Get Back reprise.

Wordt vervolgd: Beaucoups Of Blues van Ringo Starr

– Robin Raven – 2018