7. LP John Lennon/Plastic Ono Band

BFNL BFNL Columns, CAN YOU TAKE ME BACK?

Tracklisting: Mother; Hold On; I Found Out; Working Class Hero; Isolation; Remember; Love; Well Well Well; Look At Me; God; My Mummy’s Dead.

Een mooie pastorale hoes, gemaakt door assistent Dan Richter. Yoko, liggend tegen een megaboom in de tuin van Tittenhurst Park, met John tussen haar benen. Een onafscheidelijk duo, zo te zien, teruggetrokken uit de wereld van steen, staal en glas. Mensen die bij elkaar horen. Van elkaar houden. Een behaaglijke situatie. Twee zielen, verdiept in elkaar.

Er zijn vragen. Bevinden we ons in de ochtendschemering? De late namiddag? Geeft John zich over aan Moeder ‘Yoko’ Natuur? Maar dan letterlijk? Is dat de boodschap? Het enige dat ontbreekt is een stralenkrans rond de hoofden.

Op de achterkant een uitvergrote schoolfoto van een kleine John. Verder niets. Een veilige wereld zonder zorgen en problemen. Fascinerend hoe de zachte kleuren en dromerige sfeer conflicteren met de weerbarstige klanken die ons te wachten staan.

Ter aanvulling: op diezelfde 11 december verscheen Yoko’s eersteling: Yoko Ono/Plastic Ono Band (US no 182), met exact dezelfde hoes, alleen de posities van John en Yoko omgewisseld.

Wat is hier aan de hand?

Dan de muziek. Vier (vertraagde) slagen van een klok. Tergend langzaam. Huiveringwekkend. Doodsbellen.

Een ongemakkelijk begin. Vergelijk dat eens met de dromerige klanken van I’d Have You Anytime van George’s All Thing Must Pass album, dat een paar weken eerder uitkwam.

We gaan op zoek naar een diepere betekenis. Wat is hier aan de hand? Blijkbaar bevinden we ons op een kerkhof, starend naar een vers gegraven graf. Maar wie ligt daar? Of: wie liggen daar? Een argeloze luisteraar zou nog kunnen denken dat het een sinister geintje was van Lennon, daar was hij nooit vies van, wellicht een knipoog naar de Sgt. Pepper’s hoes. Daar zien we een begrafenis maar dat album opent niet met doodsklokken (zoals je zou verwachten) of het geknars van een steen die wordt opgetild, maar met een verwachtingsvolle menigte. De ultieme paradox. Wilde hij die fout corrigeren?

Of had het iets te maken met de break-up? Vier klokslagen, vier Beatles. Dat zou kunnen.

George had zijn oude groep ook al geparafraseerd door zich op de hoes van zijn eerste album te omringen met vier kabouters. Hij hoog, de beeldjes laag. Eindelijk zichzelf kunnen zijn. Daar had George geen therapie voor nodig.

Lennon wel. Hij was in de zomer van 1970 maandenlang bezig met primal scream therapy, een behandelingswijze van de Amerikaanse psycholoog Arthur Janov. Kort samengevat: door hard te schreeuwen zou het mogelijk zijn weggestopte en negatieve herinneringen en schaduwgeesten uit je verleden uit te bannen. Niet hardnekkig vasthouden aan je (ziele)pijn maar een route kiezen die daar dwars doorheen gaat. Hoe pijnlijk dat beeld ook is. Zoals John het in I Found Out verwoordt: ‘No one can harm you/ Feel your own pain’.

Hij (en Yoko met hem) was zeer gecharmeerd van de therapie. De sessies begonnen in Engeland en werden na veel gesprekken voortgezet in Californië, Amerika. Lennon claimde meer aan Janov te hebben gehad dan aan The Beatles. Met zijn nieuwe plaat had hij een duidelijk doel: het wegpoetsen van de stoflaag van het verleden, op zoek naar diepere lagen, lak hebben aan conventie, afrekenen en… opnieuw beginnen.

Allemaal leuk en aardig, maar later (zoals zo vaak) zou Lennon alles op een rijtje zetten en uiteindelijk rigoureus afstand nemen van Janov en zijn therapie (het was de maharishi en Allen Klein all over again).

Niet echt music-for-the-millions.

De ex-Beatle deed in die tijd meer exceptionele dingen. Voor lichtvoetigheid had hij geen tijd. Los van de acties voor vrede en het succesvolle live album Live Peace in Toronto (US no 10) waren er drie experimentele albums Unfinished Music 1 (Two Virgins – John en Yoko naakt op de cover), Unfinished Music 2 (Life With The Lions), en het Wedding Album. Niet echt music-for-the-millions. Integendeel.

De critici vonden de non-vormelijke uitingen onbegrijpelijk en de fans waren ook in verwarring. Het ging te snel en de sales waren beroerd. In Engeland keek er niemand naar het plaatwerk om maar in Amerika was er toch nog iets van bescheiden chart succes: Unfinished Music 1 (US no 124), Unfinished Music 2 (US no 174) en het Wedding Album (US no 178).

Logisch dat fans op hun hoede waren toen John met een nieuw album op de proppen kwam. Wat zou hij hen nu weer voorspiegelen?

Ze werden niet teleurgesteld. Of juist wel. Lennons eerste echte solo album is een huiveringwekkend meesterwerk, opgenomen in september en oktober 1970, in de vertrouwde Abbey Road Studio’s in London. Een krachttoer eerste klas en het eindproduct mag gezien worden als een van de mooiste muzikale creaties van de jaren zeventig.

De toon van het menu is een mix van milde en extreme gerechten. Een geladen sfeer. Lennon wil ons laten voelen wat hij heeft doorgemaakt. Hij probeert zijn verleden te ontraadselen.

En daar slaagt hij volkomen in. Het kost hem geen enkele moeite ons te laten ervaren wat hij heeft doorgemaakt. Is dat eng? Ja, absoluut.

En dat maakt dit album volkomen uniek.

Mother zet de toon. Na het onheilspellende begin van de doodsklokken is de luisteraar te verrast/verlamd om het geluid weg te draaien. Vluchten kan niet meer. Lennon beklaagt het verlies van zijn moeder, verwijt zijn vader de liefdeloze afwezigheid en waarschuwt de wereld (children) niet zijn zogenaamd succesvolle pad te volgen.

De coupletten zijn huiveringwekkend maar in de coda gaan alle remmen los. Lennon gilt en slaat om zich heen. Hij onderdrukt niets – torst een onverdraaglijke pijn met zich mee, opgeroepen door de ondervragingen van Janov.

Onmogelijk aan te horen zonder kippenvel of emotie. Dieper kun je niet gaan. In Amerika werd het liedje op single uitgebracht, zonder doodsklokken en met een verkorte fade-out (US no 43). Dat was een vage keuze. Wellicht was Love een betere optie geweest. Zeker commercieel.

Overigens kun je met een beetje fantasie ook ‘Cocaïne’ verstaan in plaats van ‘Cookie’.

Hold On is een milde manier om ons even op adem te laten komen na de zware vader/moeder bevalling. Ontspanning na razernij. De luisteraar wordt enigszins gerustgesteld.

Het is een upbeat deuntje, waarin Lennon ons een positief wereldbeeld voorspiegelt, hoe waardeloos de situatie nu ook mag lijken. Hij probeerde verschillende tempo’s uit, maar koos uiteindelijk voor deze aanpak. In het midden van de solo klinkt de kreet: ‘Cookie!’. Dat was een geintje, verwijzend naar het Cookiemonster van Sesamstraat. Die serie was in 1969 begonnen en Lennon (als tv-verslaafde) keek er natuurlijk ook naar. Overigens kun je met een beetje fantasie ook ‘Cocaïne’ verstaan in plaats van ‘Cookie’. Zo buitensporig is die gedachte niet want Lennon noemt het woord Cocaïne expliciet in het volgende nummer. Daarnaast was hij ook niet vies van het goedje.

I Found Out is gespierde taal. Proto-punk: ‘I told you before, stay away from my door’. Wellicht één van de meest dreigende momenten in popmuziek. Lennon vuurt de waarschuwing op ons af (dit had m.i. de openingstrack van het album moeten zijn, een alternatieve hoofdingang, maar dat is een persoonlijke noot).

Na de huiveringwekkende kreet en een synchroon lopend gitaarakkoord komt het nummer in beweging. Lennon trapt om zich heen. Begeleid door een onweerstaanbaar ritme (hijzelf op tremolo gitaar, Ringo strak als een machine en Klaus Voorman meesterlijk op de bas) spuugt de ex-Beatle er al zijn agitaties uit.

Hij dient George mild van repliek (‘Old Hare Krishna, just keep you crazy, with nothing to do) maar kijkt ondertussen ook met een scheef oog naar Paul (‘I’ve seen religion from Jesus to Paul’). Wacht even, anderhalf jaar eerder riep hij nog vredelievend in Give Peace a Chance: ‘Let’s hear it for Hare Krishna!’. Voortschrijdend inzicht. Niets zo veranderlijk als het weer en John Lennon, zullen we maar zeggen.

De opmerking naar Paul is nog mild. Het is geen sneer, zeker niet, eerder een vage insinuatie dan een veroordeling. Dat zal op het volgende album anders zijn. Dan staan de heren lijnrecht tegenover elkaar. Paul is lelijk de pisang. Maar daarover later meer.

Een oplettende luisteraar met een bionisch oor hoort aan het einde van de track enigszins vaag geroep van Lennon. Hij begint met ‘That must be my girl’, een regel van de classic Gone Gone Gone. Die track speelden the Beatles ook tijdens de Get Back sessies in januari 1969.

De liefde voor all-time classics (lees: inspiratiebronnen) was nooit ver weg bij John. Hij, Ringo en Klaus speelden tussen de opnames door regelmatig oldies, zoals Honey Don’t, Glad All Over, Matchbox en That’s Allright Mama.

Voor John en Ringo bekend materiaal uit het verleden en sinds het verschijnen van de BBC cd’s in 1994 en 2013 ook voor het grote publiek. Wat mij opvalt: interessant hoe Lennon oud materiaal blijkbaar nodig had als opstapje voor zijn eigen, totaal nieuwe sound.

Tijd voor een ballade. In het schrale Working Class Hero presenteert John zich als balladeer eerste klas. Wat betreft het eenvoudige akkoordenschema leunt hij stevig op het werk van vele folk singers voor hem.

Maar daar ging het John niet om. In tegenstelling tot Paul was hij eerder van de tekst dan van de melodie.

Was Lennon zelf een working class hero? Een radertje in het proletariaat van de economie? Niet echt. Toen ik voor zijn huis aan Menlove Avenue stond, was ik verbaasd. Ik kende de foto’s, maar wat ik zag, was een ruime twee-onder-een-kap woning met mooie achtertuin en een ruim vooruitzicht. Working class hero? Dan zou ik eerder aan Ringo of George denken.

Het is een ontroerende song. Alsof de uitvoerder zich vertrouwelijk voorover buigt en zijn toehoorders iets vertelt wat iedereen al weet maar wat niemand publiekelijk durft te vertellen.

De woorden zijn goedgekozen en na zoveel jaren later nog steeds relevant en een afspiegeling van veel facetten van onze op winst, succes en laaghartigheid gebaseerde maatschappij (hoe sneu die constatering ook eigenlijk is…).

In de song komt twee keer het ‘F’-woord langs en dat was genoeg reden voor de platenmaatschappij en veel (Amerikaanse) radiostations om hysterisch te worden. Gelukkig hebben we dat niet meer in onze tijd. De song is vaak gecoverd maar om tijd en ergernis te besparen raad ik de versie aan van Marianne Faithfull op haar album Broken English (UK no 57, US no 82).

Hoe eenzaam en onzeker kan iemand klinken?

Isolation doet precies wat het zegt. Hoe eenzaam en onzeker kan iemand klinken? Na vier tracks moest het voor de luisteraar duidelijk zijn: Lennons verleden had diepe sporen achter gelaten. ‘People say we’ve got it made, don’t they know we’re so afraid?’ Voor de brug leende John lyrics en (een beetje) melodie van Barret Strong uit zijn liedje Oh I Apologize.

Leentjebuur spelen was voor Lennon niet uitzonderlijk. Hij liet zich in zijn leven regelmatig inspireren (laten we het zo maar noemen) door zogenaamde ‘omgevingsfactoren’. Ik noem een paar uit zijn solo carrière: voor het begin van zijn epische Instant Karma gebruikte hij de eerste klanken van Some Other Guy, Oh Yoko is een virtuele rewrite van Long Lost John (Lonnie Donegan 1956), Happy Christmas leent zijn melodie van de klassieker Stewball, de titel Mind Games kwam van een boek uit 1972, en Whatever Gets You Thru The Night was geïnspireerd op de song Rock You Baby van George McCrae en lyrisch een geleende uitspraak van Referend Ike, een donkere Amerikaanse tv-predikant.

Lennons meest bekende leenmoment is natuurlijk ‘Life is what happens to you while you’re busy making other plans’ uit het ontroerende Beautiful Boy (1980). Tegenwoordig staat die spreuk op internet, T-shirts en tegeltjes als een authentieke Lennon-quote, maar de woorden gaan terug naar 1957 en mag op naam gezet worden van Allen Saunders, in die tijd een bekende Amerikaanse schrijver en journalist.

Terug naar het album. Remember valt met de deur in huis. Wat een track! Er wordt vaak beweerd dat het pompende ritme geïnspireerd is door de coda van Something (take 10), maar dat vind ik vergezocht.

Het nummer volgt een hypnotisch ritme. Dat effect wordt extra versterkt door de agressieve dubbele piano aanslag in de coupletten. Een opgeheven vingertje. Het is alsof Lennon zegt: ‘Niet wegdromen, blijf bij de les!’

Ook hier leent hij weer van een collega. De regels ‘If you ever/change your mind/about leaving/it all behind’ komen van Bring It On Home To Me, een song van Same Cooke uit 1962. Jaren later zou John deze track koppelen aan Send Me Some Lovin’ en uitbrengen als onderdeel van zijn album Rock’n’ Roll (UK no 6, US no 6).

‘a good joke’

Het einde van Remember is hilarisch. Blijkbaar was het moeilijk na acht minuten doorrammelen (er waren veel versies) een krul achter het lied te zetten, dus ging Lennon voor een rigide oplossing. Maximaal vier minuten en een eindexplosie, knipogend naar Guy Fawkes, een Engelse militant, die in 1605 in Engeland de Houses of Parliament (en daarbij koning Jacobus I) probeerde op te blazen. Die poging mislukte, maar in Engeland werd (en wordt) het moment nog elk jaar herdacht met het verbranden van stropoppen en veel lawaai. Er is zelfs een populair kinderrijmpje (Remember, remember, the fifth of november) en daar citeert John uit. Lennon noemde het later ‘a good joke’ en hij had volkomen gelijk.

De track werd opgenomen op 9 oktober, Johns dertigste verjaardag. Aan het einde van de sessies komt George Harrison nog even binnenwippen in de Abbey Road Studio’s om zijn oude makker te feliciteren. Het was een spannende tijd voor die twee: ze stonden op het punt hun eerste echte solo album (en misschien allermooiste creatie) uit te brengen.

Love komt binnen uit de verste diepte. Als een mooie droom die je overvalt als je even niet op je hoede bent. Pas na een seconde of twintig horen we Phil Spectors serene pianoklanken. Vanaf dat moment laat het liedje de luisteraar niet meer los. Geen liedje over pijn, vroeger of boosheid, maar woorden van hoop en liefde. Het is alsof Lennon na veel pijn en confrontatie even de tijd en ruimte neemt voor een glimlach.

Love is een time-out: wonderschoon en had natuurlijk de single moeten zijn maar er werd gekozen voor Mother. Dat was een foute keuze eerste klas. Mother piekte in Amerika op nummer 43 (hoewel het in Nederland – of all places – de top tien wist te behalen). Barbra Streisand was zo ingenomen met zowel Mother als Love dat ze beide tracks opname voor haar 1971 album Barbra Joan Streisand (US no 11).

In 1982 was het toch zover: Love verscheen op single als vaandeldrager van het verzamelalbum The John Lennon Collection (UK no 1, US no 33). Interessant is dat de fade-in werd omgezet in een vol begin. Het liedje start met de volle klanken van de piano. Het klinkt geweldig. In Engeland werd het een bescheiden hit (UK no 41).

Voor de volgende track Well Well Well liet Lennon zich (volgens een interview met Ringo in 1973) inspireren door de track Everything I Do Gonna Be Funky van Lee Dorsey. Altijd leuk om te weten. De snijdende gitaaraanslagen voorspellen niet veel goeds. Niemand vermoedt dat deze track ons naar de top van de Olympus zal leiden. Maar dat gebeurt wel. Door het intense en aanzwellende gebrul van Lennon (de repeterende Well Well Well kreten doen de muren trillen) worden we ongekend en stapsgewijs steeds hoger gebracht in de hiërarchie van het zijn. De polsslag van elk willekeurige luisteraar slaat ongekend omhoog. Wat gebeurt hier?

Het is een duizelingwekkende reis, vergelijkbaar met het middenstuk van A Day In The life. Dit nummer is het hart van het album, daar kan geen twijfel over bestaan, net zoals Within You Without You dat was op het Sgt. Peppers’ album.

Chapeau voor John dat hij het aandurfde Well Well Well te spelen tijdens zijn uitverkochte One To One concerten op 30 augustus 1972 in het Madison Square Garden. Noem mij één artiest die live zo uit zijn comfort zone durft te gaan….

finger-picking way-of-playing

In Look At Me (niets te maken met de kreet ‘Look at meeee!’ uit All Together Now) vangen we een glimp op van Beatle John. Dat is niet zo gek want de track werd eind 1968 geschreven en is een laatste echo naar de finger-picking way-of-playing die Lennon oppikte in Rishikesh van Donovan.

Lennon was meer dan geïnteresseerd en maakte gretig gebruik van die techniek in songs als Julia, Happiness Is A Warm Gun, Dear Prudence en Goodnight. Eigenlijk was Look At Me dus gewoon een potentiele White Album track. Het geheel klinkt spaarzaam, als een demo, maar dat was ook de bedoeling. Geen violen of koortje, geen flauwekul. Gewoon de real thing. En het werkt.

Dan komen we tot de grote finale. Een absoluut meesterwerk in drie delen. Een plechtigheid en slotverklaring. De titel ‘God’ is al volkomen uniek. In het eerste fragment horen we een soul/gospel-achtige John. Hij schreef de song tijdens zijn Janov-sessies in Los Angeles.

Dit nummer was de perfecte uitsmijter. Met deze knock-out gooit Lennon een lasso om het project en vat hij het geheel (voor wie het nu nog steeds niet begrepen heeft) samen: God is een beeld, waarmee we pijn een plek geven, daarnaast moeten we niet geloven in beelden, maar vooral in onszelf. En wellicht het belangrijkst (zeker voor de fans): The dream is over. Het grote avontuur is voorbij.

Die laatste constatering kwam eind 1970 binnen als een mokerslag. Klaar. Over. Voorbij. Word wakker. We gaan verder. Er breekt een nieuwe tijd aan.

Maar wilden fans dat wel? Natuurlijk niet. Daar wrikte de schoen.

Stilte is op zijn plaats, maar wacht, we zijn er nog niet, er komt nog iets: My Mummy’s Dead. Een grofkorrelig fragment van vijftig seconden. Het sluit het geheel ongemakkelijk af, net zoals de vertraagde doodsklokken het project ongemakkelijk begonnen. Wat dat betreft is de cirkel rond.

De sessie is voorbij. Bijna veertig minuten lang zijn we blootgesteld aan een van de meest kwetsbare platen ooit. Eerlijkheid staat hier centraal: niemand die Lennons integriteit in twijfel durft te trekken. De ex-Beatle stond op van onder de Bijbelse boom van kennis van Goed en Kwaad, sloeg de aarde van zijn broek en verdween in het park zonder nog een woord te zeggen. Dat hoefde ook niet. Alles was gezegd. Zoiets…

Ringo, Billy Preston en Klaus Voorman verdienen een vette pluim voor hun fantastische werk.

Natuurlijk gaat het om Lennon. Het is zijn verhaal. Maar hij deed het niet alleen. Wat kunnen we zeggen over de bijrollen? Ringo, Billy Preston en Klaus Voorman verdienen een vette pluim voor hun fantastische werk. Ze doen precies wat van hen wordt verwacht. Geen tierlantijntjes of andere overbodige frutsels. Gewoon strak spelen, geen noot te veel. Een extra compliment voor Ringo want wat drumt die gast hier goed. Spaarzaam, strak, geen overbodige fills. Pure doelmatigheid. Ringo was de perfecte machine die John voor dit album nodig had.

De recensies waren meer dan goed. Veel critici waren door het anarchistische karakter met stomheid geslagen. De algemene teneur was: Lennon zeilt langs de afgrond maar weet dankzij zijn authenticiteit, openheid, kwetsbaarheid en integriteit overeind te blijven. De onmogelijke mogelijkheid.

Het album werd (en wordt nog steeds) gezien als een cultureel-filosofisch meesterwerk. Dit is niet zomaar een collectie liedjes. Dit is een document.

De verkoop verliep gestaag, niet spectaculair. In Amerika piekte het album op nummer zes maar in Engeland (toen nog Lennons thuisbasis) ging het langzamer. Op 31 januari 1971 kwam de plaat eindelijk de top tien binnen op nummer acht en daar bleef het bij.

Voor het totaaloverzicht: in 1998 verscheen de 4 CD-box John Lennon Anthology (UK no 62, US no 99). Op de eerste schijf horen we alternatieve versies van alle tracks. Een absolute aanrader. Zes andere outtakes vinden we terug op het album Acoustic uit 2004 (US no 31).

Wordt vervolgd: Ram van Paul en Linda McCartney

– Robin Raven 2018 –