ALL THINGS MUST PASS

BFNL BFNL Columns, Then There Was Music

Het centrum van mijn geboortedorp ontvouwt zich rond de magnifieke Jacobskerk. Staand onder de toren lopen vier winkelstraten drie kanten op. Tegenwoordig zijn ze alle vier de moeite waard, maar in de tweede helft van de jaren 70 van de vorige eeuw stelde de Meddosestraat niet veel voor. Het enige wat daar de moeite waard was, was een oude bioscoop op de hoek. Kaartjes kocht je buiten aan twee loketten die samen een uitbouw vormden in de gevel van het gebouw. Aan beide zijden van deze loketten zaten deuren die toegang gaven tot de twee enige zalen die de bioscoop rijk was. Daarnaast weer vitrines met foto’s van de films die er op dat moment draaiden en rechts aan de buitenkant tenslotte een vitrine met foto’s van films die nog zouden komen. Omdat er niet heel veel gebeurde, bekeek je met regelmaat de foto’s in die vitrines, zelfs als ze vaak weken achter elkaar hetzelfde bleven. De magie van de films die je nooit ging zien.

Vanaf de Jacobskerk één van de drie winkelstraten inlopend die wel de moeite waard waren, kwam je bij de wat mij betreft gaafste winkel van het dorp: Music All In. Zij hadden het muzikale stokje overgenomen van Radio Woordes. Woordes had naast lp’s ook audioapparatuur, maar All In had alleen lp’s. Dat scheelde toch wel een paar zwarte schijven. Lange tijd waren ze de enige grote vinylzaak in mijn dorp.

Bijna van de één op de andere dag kwam er in de straat van Music All In een platenzaak bij: een heel grote, ongelooflijk ongezellige ruimte met nog meer lp’s dan Music All In … echt nog heel veel meer. Omdat alles wat ik belangrijk vond ook bij Music All In te koop was (Beatles en solo-Beatles) en je inmiddels toch een soort van band had met de broer en zus die daar achter de toonbank stonden, kwam ik niet in de verleiding om mijn geld in de nieuwe winkel uit te geven. Dat veranderde toen ik er All Things Must Pass een keer in de etalage zag staan.

Ik had destijds één boek over The Beatles: Het Volledige Platenverhaal, geschreven door de heren Carr en Tyler en het debuut van George Harrison kwam er niet erg goed af in dat boek. Bovendien: waar een gewone lp 17,95 gulden koste en een dubbel-lp rond de 25,00 gulden was, koste All Things ruim meer dan 40,00 gulden. Door het boek wist ik dat, waar er drie schijven in de box zaten, het eigenlijk toch een dubbel-lp was; de derde plaat bevatte vier opgenomen jamsessies en volgens Het Volledige Platenverhaal was die derde plaat de aanschaf niet waard. Ook op de andere twee schijven hadden de heren wel het één en ander aan te merken: voor hen was Harrison toch nog steeds het ventje dat aan de hand van John en Paul mocht meelopen.

Wat te doen dus? Een kapitaal uitgeven aan een boxset die misschien niet de moeite waard zou zijn, of weerstand bieden aan de behoefte om alles van de Fab Four te hebben? Ik heb de vloerbedekking langs de route winkeldeur rechter zijwand (waar de box uiteindelijk in de bakken belandde) aardig kapot gelopen: heel wat keren ben ik er naarbinnen gegaan om de lp weer eens te bestuderen. Nou ja, bestuderen? Er was weinig te zien aan de buitenkant; een zwart-witfoto op de voorkant en een egaal zwarte achterkant. O ja: op de voorkant in de rechter bovenhoek natuurlijk een plakkertje met de prijs. Zo’n vervelend ding dat je nieuwe lp-hoes direct beschadigde bij verwijdering als deze hoes niet gelamineerd was en All Things was niet gelamineerd.

Dit plakkertje heb ik denk ik het meest bekeken van alles aan die doos: telkens weer was het de reden ( in combinatie met de woorden van Carr en Tyler) om het album terug te zetten. Het ging toch om een bedrag waar ik aardig wat weken kranten voor moest rondbrengen.

Ik heb een haat-liefdeverhouding met dit album.

Uiteindelijk won de nieuwsgierigheid het en heb ik de box gekocht.

Hadden Carr en Tyler gelijk? Ik denk dat dat vooral afhangt van de mate waarin je Phil Spectors bijdrage kunt waarderen of negeren. Ik heb een haat-liefdeverhouding met dit album. Het haatdeel heeft te maken met de productie van Spector, met als tragisch dieptepunt Wah Wah. In dat nummer hoor je in de geluidssoep niet eens meer wie of wat er allemaal geluid produceert. Het is ironisch dat dit nummer gaat over de hoofdpijn die Harrison kreeg van het gekissebis tijdens de Let It Be-sessies en met name van McCartney. Wah wah is door zijn productie een ‘hoofdpijnnummer’ geworden.

Aan de andere kant staan er werkelijk prachtig geproduceerde nummers op als If Not For You. Dylan heeft verschillende pogingen gedaan zijn nummer op te nemen en uiteindelijk is het verschenen op New Morning, maar volgens mij kan geen enkele versie van hem zich meten met de versie van Harrison op dit album.

All Things Must Pass: de foto met de vier dwergen die George omringen op de hoesfoto verwijst natuurlijk naar het einde van The Beatles en het gevoel van bevrijding dat dat met zich meebracht voor Harrison. Hij was niet meer de junior die aan de hand van Paul en John mee mocht lopen en bij elk album moest vechten voor een beetje interesse in wat hij aandroeg.

All Things Must Pass: de platenzaak waar ik deze lp gekocht heb was bijna nog sneller weer verdwenen dan dat hij gekomen was. Music All In heeft het ook niet gered; de cd bracht ketens als de Free Record Store naar mijn dorp. Een ongelijke strijd. In het pand van Radio Woordes zitten inmiddels een filiaal van het Kruitvat en De Zuivelhoeve.

All Things Must Pass:maar elke keer als ik de box uit de kast haal, leeft het oude dorp weer voort, al was het maar in de beschadiging in de rechterbovenhoek veroorzaakt door het verwijderen van het prijsplakkertje.

– Ton Steintjes –