Bad Company – Shooting Star; “Someone to love, somebody new”

BFNL BFNL Columns, van der Linde vertelt

Mijn beste vriend wees me halverwege de 70er jaren enthousiast op Killer Queen. Interessant, vond ik. Voor Bohemian Rhapsody liep ik niet écht warm, maar bij Eddie Howells Man from Manhattan spitste ik mijn oren. Pas toen ik het gitaarintro van Death on two legs toevallig hoorde, zag ik het licht. Een paar jaar lang verdreef Queen de Fab4 naar de achtergrond. Ik stond bekend als een grote – zo niet dé grootste – Queenfan van onze klas. Hoewel ik vanaf We are the champions langzaam maar zeker afhaakte, rolden de tranen over mijn wangen toen op de radio Freddies overlijden werd verkondigd. Ik had er vrede mee dat de andere Queenies hun handdoek in de ring gooiden. Echter, in 2004 dook Paul Rodgers ineens bij hen op. Dat hij een goede rockzanger is en zijn sporen verdiende bij legendes als Free, Bad Company en The Firm staat buiten kijf. Dat het publiek niet dezelfde chemie voelde als Paul, Brian en Rodger ook. Ik leende hun cd’s bij de bieb en bracht ze ongekopieerd terug.

Nadat Paul Rodgers’ eerste succesband Free uiteenviel, formeerde hij begin zeventiger jaren Bad Company. Wie brult hun klassiekers Feel Like Makin’ Love en Can’t Get Enough niet luidkeels mee in de privacy van zijn auto . . .  euhm . . . zijn badkamer? In Shooting Star van hun tweede album Straight Shooter (1975) blijkt weer wanneer volgens hun generatiegenoten de geschiedenis van de moderne popmuziek begint:

Well Johnny was a schoolboy
When he heard his first Beatles song
‘Love Me Do’ I think it was
From then it didn’t take him long

Bad Company vertelt op hun manier het klassieke verhaal van de muzikale eendagsvlieg. Sla mijn columns over Three Minute Boy of Don’t call us er nog maar eens op na. Vanuit de krochten van de popmuziek naar de Olympus van de hitparade. Van op een houtje bijten naar baden in weelde. Van lege zaaltjes naar volle stadions. Van je trouwe buurmeisjes naar hordes anonieme aanbidsters. Van de top die te smal blijkt om je staande te houden tot die eindeloze val. The Beatles torenden van Love me do tot I Me Mine zo’n acht jaar boven de ploeterende popwereld uit. Paul, John en George plakten daar een tiental jaren aan. Zélfs Macca daalde inmiddels af naar het basiskamp.

Ik kwam Shooting Star op het spoor door de soundtrack van de verrassend goede speelfilm I, Tonya (2017). De tekst weerspiegelt de opkomst en ondergang van de nietsontziende kunstrijdster. Of was ze slechts een onbewuste medeplichtige in een uit de hand gelopen stompzinnig complot. Ook Barracuda (1977) is te horen in die film. Inderdaad, weer zo’n briljant gitaarintro; déze maakte me nieuwsgierig naar Heart.

Met Heart-zangeres Ann Wilson vertolkte Paul Rodgers een plichtmatige cover van Norwegian wood (1999) Prachtig tweestemmig gezongen, dát wel. Maar waar ik het origineel altijd te kort vind, komt in hun versie het slotakkoord mij geen moment te vroeg. In 2018 gaat het tweetal met Jeff Beck op hun ‘Stars align tour’. Ook gevallen goden verlangen terug naar hun tijd in het Pantheon en accepteren hun plek in de nieuwe pikorde maar moeilijk. Niets menselijks is een god vreemd . . .

Peter  van der Linde, reacties: pvdltelefoon@live.nl

Belangrijkste bronnen: