De Vijfde Beatle (2): Billy Preston

BFNL BDJ´s Cellar Full Of Remixes, Nieuws

Toetsenist Billy Preston is een uitstekende kandidaat om de Vijfde Beatle te worden genoemd. In april 1969 werd de single Get Back uitgebracht als ‘The Beatles with Billy Preston’, net als de b-kant, Don’t Let Me Down. Samen met Tony Sheridan was hij een van slechts twee niet-leden die zo genoemd werden op een Beatles-singel. Op de Beatles-albums ‘Let It Be’ en ‘Abbey Road’ kunnen we ook naar het toetsenbordspel van Preston luisteren. In de Cellar Full of Remixes hebben we voor de eerste keer ooit een opname van Preston als zanger in elkaar gezet, begeleid door the Beatles. Hij maakt echt een Gospel Blues van ‘I’ve got a feeling’!

Billy Preston speelt in de loop der jaren ook op vele manieren een rol in de geschiedenis van de Beatles. Billy ontmoette de Beatles voor het eerst in Hamburg in 1962. Preston speelde keyboards voor Little Richard en de Beatles waren enorme fans. Harrison, de jongste van de Beatles, voelde zich verbonden met de 15-jarige Preston, en zij bleven levenslang vrienden. Ze ontmoetten elkaar opnieuw in 1969, tijdens de sessies voor het Let It Be-album en de film. Volgens George Harrison was George de studio uitgelopen en was hij naar een Ray Charles-concert in Londen gegaan, waar hij zag dat Preston het orgel bespeelde.

George bracht Billy binnen om keyboard te spelen op sommige van de Let It Be-nummers. Volgens anderen nodigde George Billy uit om gedag te zeggen tegen de Beatles toen ze opnamen maakten in de Apple-studio’s, en Paul nodigde hem uit om mee te jammen. Volgens Billy was het John die hem uitnodigde…..Hoe dan ook, ze hadden waarschijnlijk allemaal het idee dat het binnenhalen van een buitenstaander ervoor zou zorgen dat de anderen zich netjes zouden gedragen en de Let It Be sfeer zou verbeteren. En het werkte, zij het tijdelijk.

Paul zei half serieus dat het al erg genoeg was met vier van hen.

Billy werkte met de Beatles van 22-31 januari 1969, speelde Fender Rhodes elektrische piano en een Lowrey DSO Heritage-orgel (geen Hammond-orgel!). The Beatles waren blij dat Billy in de studio was, en na 2 dagen zei John opeens dat hij Billy graag als lid bij de Beatles wilde voegen. Paul zei half serieus dat het al erg genoeg was met vier van hen. George beslechtte de zaak door te zeggen dat hij vervolgens Bob Dylan zou uitnodigen om zich bij de Beatles aan te sluiten!

Preston speelde (o.a I’ve Got A Feeling) met de Beatles tijdens hun 42 minuten durende optreden op het dak van de Apple Studios, op 30 januari 1969, de laatste openbare show van de band. Billy’s relatie met de Beatles ging zelfs door nadat ze uit elkaar waren gegaan. George Harrison coproduceerde twee albums voor Apple met Billy. Zijn grootste hitsingle, That’s The Way God Planned It, werd geproduceerd door George Harrison.

Preston was de eerste om My Sweet Lord op te nemen, voor zijn album ‘Encouraging Words’ uit 1970, en dit zou de arme Harrison achtervolgen; Harrison schreef ‘My Sweet Lord’ in 1969, terwijl hij, Eric Clapton en Billy Preston op een Europese tournee waren met Delaney & Bonnie and Friends. Harrison had veel geluisterd naar de hit ‘Oh, Happy Day’, een Gospel opname van de Edwin Hawkins-zangers. George bleef de compositie de komende dagen ontwikkelen, inclusief een opnamesessie waarin Billy Preston “My Sweet Lord” opnam met achtergrondzang van de Edwin Hawkins Singers. De versie van Billy Preston werd uitgegeven op Apple vlak voor die van George.


De versie van Preston kwam niet hoog in de hitparades, maar George bracht zijn versie helemaal naar de top, en werd een enorme hit tijdens Kerstmis van 1970. Het blijft zijn grootste succes op de hitlijsten.

Helaas klinkt My Sweet Lord nogal als een ander nummer: de hit ‘He´s So Fine’ uit 1963 van de Chiffons.


Een rechtszaakzaak tegen “My Sweet Lord” begon op 23 februari 1976 in Manhattan. Districtsrechter Richard Owen was ook een getraind pianist die opera’s componeerde, soms gezongen door zijn vrouw, Lynn. Harrison werd ervan beschuldigd dat de liedjes zo op elkaar leken dat Harrison alleen My Sweet Lordhad had kunnen schrijven door ‘He´s so Fine’ te kopiëren. Voor de rechtbank liet de rechter beide versies (van Harrison en Preston) draaien, om te vergelijken met ‘He´s so Fine’ (in de uitvoering van Jody Miller).

Een paar extra noten kunnen grote gevolgen hebben!

Verrassend genoeg ontdekte de rechter dat de versie van Preston een paar noten bevatte die My Sweet Lord meer op He´ss So Fine liet lijken dan de versie van Harrison! Dit heeft waarschijnlijk bijgedragen aan de uitspraak van de rechter: My Sweet Lord is gekopieerd van He´s so Fine. De juridische strijd over financiële compensatie ging nog tientallen jaren door en Harrison moest zich zelfs verdedigen tegen zijn voormalige manager, Alan Klein (die de rechten op He´s So Fine had gekocht). De zaak werd uiteindelijk in 1998 afgehandeld. Een paar extra noten kunnen grote gevolgen hebben!

Later trad Billy op met George bij the Concert voor Bangla Desh in Madison Square Garden en speelde op deze George Harrison-albums: All Things Must Pass, Extra Texture, Dark Horse en 33 1/3. Hij speelde ook op John’s Plastic Ono Band en Sometime in New York City-albums (en wordt soms ook genoemd bij Instant Karma!), En met Ringo op de albums ‘Ringo’ en ‘Goodnight Vienna’. Billy Preston trad op tijdens het Concert For George, het tribute-concert uit 2002 voor Harrison in de Royal Albert Hall, waar hij My Sweet Lord speelde en Isn’t It A Pity.

In 2003 werd hij gehoord op Let It Be … Naked, de kale versie van de Let It Be-sessies in 1969. Zijn laatste publieke optreden was in 2005 in Los Angeles, voor de heruitgave van de film Concert for Bangladesh. Daarbij voerde hij Give Me Love (Give Me Peace On Earth) uit, My Sweet Lord and Isn’t It A Pity met Ringo Starr en George’s zoon Dhani.

Preston stierf in 2006. Billy werkte in de jaren voorafgaand aan zijn dood aan een verzameling Beatles cover versies, die nog niet is uitgebracht ……….

Met dank aan P.R. Lee voor de suggestie om Preston te mixen met de Beatles.

– Bob de Jong –