Gimme Some Truth: De politieke wedergeboorte van John Lennon

BFNL Nieuws

Door het componeren van strijdliederen zoals ‘Gimme Some Truth’ radicaliseerde John Lennon zijn muziek en werd hij een van de meest politiek geëngageerde muzikanten ooit.

Drie jaar voordat hij zijn politieke hymne ‘Gimme Some Truth’ schreef, gaf John Lennon het publiek een grimmige waarschuwing over politici toen hij in 1968 werd geinterviewd in het National Theater: “Ik vind dat onze maatschappij wordt geleid door krankzinnige mensen met krankzinnige doelstellingen en ik denk dat me dat al duidelijk werd toen ik 16 was of 12, zo lang geleden. Maar ik heb dat gedurende heel mijn leven op verschillende manieren geuit. Het is hetzelfde onderwerp waarover ik me de hele tijd uitlaat, maar nu kan ik het kwijt in die zin dat ik denk dat we worden bestuurd door maniakken met gestoorde doelstellingen. Als iemand op papier kan zetten wat onze regering, en de Amerikaanse regering en de Russische of Chinese, wat ze in werkelijkheid proberen te doen en wat zij denken dat ze aan het doen zijn….. Ik zou het heel fijn vinden om te weten wat zij denken dat ze aan het doen zijn, ik denk dat ze allemaal gestoord zijn!”

Een halve eeuw later, twijfelt Yoko One niet aan zijn relevantie in de koortsige 24/7 wereld van het “nepnieuws”. Als een van de belangrijkste inspiratiebronnen uit zijn solo-carrière, stelt Ono: “John had het altijd over de creatie van een wereldwijd dorp, dus hij zou nu waarschijnlijk een houding van ‘Ik heb het je gezegd’ hebben over het internet tijdperk. In deze tijd zou hij als kunstenaar gebruik maken van computerprogramma’s en veel sneller met de wereld kunnen communiceren.”

Het Lennon nummer dat het meest van toepassing lijkt op de zogenaamde ‘post-truth’ wereld waarin we in de 21e eeuw leven is het bijtende ‘Gimme Some Truth’, van zijn album Imagine uit 1971. In dit zeer memorabele nummer zingt hij:

Ik ben het spuugzat om te luisteren

Naar opgefokte, kortzichtige, kleingeestige hypocrieten

Alles wat ik wil is de waarheid

Geef me gewoon wat waarheid

Ik heb er genoeg van om dingen te lezen

Van neurotische, psychotische, koppige politici

Alles wat ik wil is de waarheid

Geef me gewoon wat waarheid

Er schijnt tegenwoordig geen tekort te zijn aan “psychotische, koppige politici” en het nummer behoudt zijn culturele relevantie voor muzikanten. Talrijke bands hebben ‘Gimme Some Truth’ gecoverd, van Generation X in 1978 tot het Nederlandse Gems in 2018. Travis, Fatal Flowes en Jakob Dylon hebben allen studio versies opgenomen van Lennon’s song, terwijl de Foo Fighters, Billy Idol en Drive-By Truckers het nummer live hebben gespeeld. Rockband Primal Scream heeft het nummer in de studio opgenomen en speelt het regelmatig tijdens hun concerten, zoals b.v. in 2003, toen ze Lennon’s oorspronkelijke doelwit Richard Nixon (in Lennon’s tekst omschreven als ‘Tricky Dicky’) actualiseerde, om zo George W. Bush te bekritiseren.

“Hij liet mensen zichzelf in twijfel trekken,” reflecteerde Simon Neil van Biffy Clyro later. “Als hij vandaag nog had geleefd….. hij zou genoeg vinden om zich tegen te verzetten, want hij wilde altijd muziek een stem laten geven aan dingen en problemen en dat is volgens mij, zeker tegenwoordig, knap zeldzaam.”

De oorsprong van ‘Gimme Some Truth’ was feitelijk gelegen in Lennon’s tijd met The Beatles, in een periode dat dat de man die enkele van de meest iconische liefdesliedjes in de moderne tijd had geschreven, zichzelf opnieuw aan het uitvinden was. Terwijl hij op tournee was met de band, wilde hij zich in het openbaar uitspreken over de Vietnam oorlog, maar de mananger, Brian Epstein, zei nee. Maar, meer en meer beschreven Lennon’s composities strijdpunten.

Toen hij in 1971 verder ging met de tekst van ‘Gimme Some Truth’, op het toppunt van de oorlog in Vietnam, waren de verwijzingen aangepast met betrekking tot President Nixon. Op dat moment was Lennon natuurlijk al een sterk gepolitiseerde persoonlijkheid en ‘Gimme Some Truth’ werd een protest lied voor anti oorlog campagnevoerders.

Lennon was al een tijdje op zoek naar nieuwe inspiratie. Het huwelijk met zijn eerste vrouw, Cynthia, stond op instorten en hij had, op aanraden van George Harrison, studie gemaakt van de Bhagavad Gita en The Tibetan Book Of The Dead. In 1968 ging hij met The Beatles naar Rishikesh in India, waar de groep Transcendentale Meditatie studeerde met Maharishi Mahesh Yogi. Tenslotte maakte het mysticisme plaats voor zijn interesse in politiek, dat absoluut nog werd aangemoedigd door Lennon’s nieuwe vriendin, Yoko Ono.

Ono stimuleerde hem om zijn talenten als songwriter te gebruiken voor de goede zaak van vrede en gerechtigheid. Gezamenlijk wisten zij uitermate behendig publiciteit te trekken. Toen in november 1981 hun gezamelijke album Unfinished Music No. 1: Two Virgins uitkwam met een foto van het naakte stel op de hoes, weigerden vele platenzaken het album in de voorraad op te nemen, ook al leverde het platenlabel ze af in bruin papieren zakken.

Lennon trouwde voor de tweede keer in maart 1969 en na zijn huwelijk verscherpte zich zijn activisme. Lennon en Ono brachten hun huwelijksreis door in protest tegen de Vietnam oorlog vanuit hun bed in het Hilton Hotel in Amsterdam. Dit werd gevolgd door een vergelijkbaar protest in Canada. “Weet je, de enige manier om critici de mond te snoeren is buiten hen om je rechtstreeks tot het publiek te richten,” zei de zanger. “Dat wilden we bereiken met de bed-ins.”

Hoewel zijn eigen persoonlijke rijkdom groeit, lijkt Lennon geen voldoening te vinden in materieel succes. “Als iedereen vrede zou eisen in plaats van een nieuwe televisie, dan zou er vrede zijn,” beweerde hij.

André Perry maakte een opname van het stel dat in bed gezeten in Kamer 1742 van het Queen Elizabeth Hotel in Montreal ‘Give Peace A Chance’ zingt, hij gebruikt een 4-sporen recorder die hij had geleend van een plaatselijke studio, Timothy Leary en Petula Clark verzorgen de backing vocals. Het nummer, dat uitkwam in juli 1969, sloeg in als een bom. Pete Seeger leidde in november 1969 op een versie van het nummer vijf miljoen anti Vietnam-oorlog demonstraten tijdens de Moratorium March in Washington.

Lennon deed zich meer en meer gelden als spreekbuis voor de anti-oorlog beweging, maar ook voor de rechten van de oorspronkelijke – en de Afro Amerikanen en het feminisme. In een stoutmoedige actie, lanceerden Lennon en Ono een wereldwijde anti-oorlog campagne op billboards in onder andere Rome, Athene, Parijs, Berlijn, Londen en Hong Kong. In november 1969 stuurde Lennon zijn MBE terug naar de koningin met een briefje waarop stond: “Uwe Majesteit, ik geef u mijn MBE terug als protest tegen de inmenging van Engeland in de Nigeria-Biafra aangelegenheid, tegen uw steun aan Amerika in Vietnam en tegen de daling van ‘Cold Turkey’ in de hitlijsten. Liefs, John Lennon van Bag.”

Na zijn debuut solo album uit 1970, John Lennon/Plastic Ono Band, met de nummers ‘Working Class Hero’, en ‘Power To The People’, zette Lennon zijn politieke overtuigingen op muziek met zijn meesterwerk, het album Imagine.

‘Imagine’ zou later nog een heel nieuw momentum beleven.

Het titelnummer, een gedenkwaardig pleidooi voor een betere wereld, werd een verbindende roep om vrede. ‘Imagine’ zou later nog een heel nieuw momentum beleven, na de moord op Lennon in december 1980, door hem postuum een no. 1 hit te bezorgen.

Hoewel het bovenliggende album serieus was en controversieel, verloor Lennon nooit de humoristische trekjes van zijn karakter. Zelfs bij de opnames van het boze ‘Gimme Some Truth’, stopte hij tijdens een track en grapte: “Kom op, ik doe Eddie Cochran,” om vervolgens zingend een imitatie weg te geven van de popster met ‘Cut Across Shorty’.

Maar, zoals kopman van Artctic Monkeys, Alex Turner, zei, Lennon bewaarde “al zijn dreiging en woede in zijn stem” voor de opname van de laatste track van het album. “Ik voel me aangetrokken tot die boze Lennon,” zei Turner later, daarbij toegevend, “hoewel het nog weer iets is, waarvan ik nog moet uitvinden hoe het moet!”

Lennon zei dat zijn leven in de periode na Imagine alleen maar gekker en gekker werd, “alsof hij Alice in Wonderland was”. Dit gevoel zou nog worden versterkt toen hij doelwit werd van de Amerikaanse overheid. Lennon woonde in New York, waar hij samen met Ono zijn politieke anthem in kerstsfeer ‘Happy Xmas (War Is Over)’ schreef, en was bevriend geraakt met de extremistische Abbie Hoffman en Jerry Rubin.

Zijn vriendschap met deze uitgesproken tegenstanders van Nixon, en zijn anti-oorlogs songs, hadden de woede gewekt van J. Edgar Hoover, die al 47 jaar directeur was van de FBI. Hoover en Nixon waren zich er fijntjes van bewust dat bij de aankomende verkiezingen van 1972 voor het eerst 18-jarigen het recht hadden om te stemmen, en zij waren bang dat Lennon zijn macht als beroemdheid zou kunnen gebruiken als inspiratiebron om jonge mensen te betrekken in het politieke proces.

“Lennon had zonder twijfel een van de meest bekende gezichten ter wereld in 1972.

Lennon werd het doelwit van FBI surveillance en de Immigratiedienst (Immigration And Naturalisation Service) ondernam acties om hem het land uit te zetten. Dat mislukte, en de campagne tegen Lennon werd een klucht, niet in het minst door een blunder met de foto die de FBI verspreidde onder hun agenten om hem te traceren. John Weiner, auteur van Gimme Some Truth: The Politicisation Of John Lennon, zei: “Lennon had zonder twijfel een van de meest bekende gezichten ter wereld in 1972 maar de foto was van een kerel die David Peel heette, een volkszanger uit de East Village, een straatzanger, die een beetje op Lennon leek. Ik bedoel daarmee dat hij een metalen brilmontuur droeg en zijn lange haar soort van Lennon stijl had, zoals overigens een heleboel mensen in 1972. David Peel had een nummer uit op Apple Records. Misschien heeft dat ze op het verkeerde spoor gebracht.”

Midden in de jaren ’70 leek Lennon wat van richting te veranderen, weg van het radicalisme, hoewel hij zijn betrokkenheid bij de politiek nooit is verloren. In 1978 zei hij: “De grootste fout die Yoko en ik hebben gemaakt in die periode was dat we ons hebben laten beïnvloeden door de mannelijk-macho ‘echte revolutionairen’ en hun gestoorde ideeën over mensen vermoorden …. we hadden ons moeten vasthouden aan onze eigen manier van voor vrede: Bed-ins, billboards, etc.”

Zoals Carlos Santana het zei: “John Lennon had gelijk. Wij benutten de muziek om de muur van Berlijn omlaag te halen, om de kracht van medeleven en vergevingsgezindheid en vriendelijkheid te kweken tussen Palestijnen, Hebreeuwen. Haal de muren hier omlaag in San Diego, in Tijuana, in Cuba.”

We zullen nooit weten wat de man, ooit als ongewenste vreemdeling achtervolgd door de FBI, zou vinden van zijn recente herdenking op de Amerikaanse ‘Forever’ postzegel, maar zijn riskante en stoutmoedige wijze van campagnevoeren heeft zonder enige twijfel aan de wereld een imago nagelaten om na te streven. Want zijn commentaren in het National Theatre uit 1968 zouden net zo gemakkelijk de achtergronden van de hedendaags politiek kunnen beschrijven, waarbij nog altijd beelden van “schizofrene, egocentrische, paranoide prima donna’s” onze televisieschermen en newsfeeds overheersen, aangezien de beslissingen van de wereldleiders meer en meer discutabel lijken.

Hoe zeer ‘Gimme Some Truth’ ook de pijlen richt op hypocrisie, toch bevat het een simple boodschap die als een echo beweegt door het digitale landschap van de 21e eeuw: “Alles wat ik wil is de waarheid, toe…. Geef me gewoon wat waarheid.”

(Bron: udiscovermusic.com)

(Vert: Marijke Snel – van Asperen)