Het nummer dat George Harrison schreef op de dag dat hij stopte met The Beatles.

BFNL Nieuws

De rol van George Harrison in The Beatles was eenvoudig, vooral in het begin. Hij was de unieke en stijlvolle gitarist die achter de belangrijkste songwriters John Lennon en Paul McCartney stond, klaar om meteen te harmoniseren. In 1969 waren de dingen echter veranderd en Harrison was niet langer blij met de tweede viool.

Harrison had zijn muzikale vaardigheden verder ontwikkeld tegen de tijd dat Abbey Road en Let It Be er aan zaten te komen en na een paar succesvolle momenten op lp’s was hij er nu op gebrand om zijn talenten te tonen op de platen van de Fab Four. Het werd niet met enthousiasme onthaald door John en Paul.

De gesprekken, of misschien nog wel het gebrek daaraan, leidden ertoe dat Harrison de band tijdelijk verliet, nadat hij werd genegeerd tijdens het uitvoeren van enkele van de nummers die hij had geschreven. Harrison besloot de Get Back-sessies te verlaten. Hoewel hij de studio misschien te haastig verliet, zou hij bewijzen dat zijn tegenstanders ongelijk hadden door één van de beste nummers in de uitgebreide catalogus van The Beatles te schrijven.

George was begonnen met het uitwerken van zijn muzikale stijl tegen het begin van 1969. Nadat hij een groot deel van het laatste deel van het voorgaande jaar met Bob Dylan en The Band had doorgebracht werkte hij aan nummers als ‘I’d Have You Anytime’ en omdat zijn werk op vorige lp’s van The Beatles gewaardeerd werd had hij hoop voor zijn toekomst bij de Fab Four. Zijn nummers op de vorige albums waren goed ontvangen en nu wilde hij meer werk leveren als onderdeel van een goed geoliede machine.

In werkelijkheid was de band al een tijdje aan het kibbelen. McCartneys dominantie over de groep was op zijn hoogtepunt geweest op Sgt. Pepper. Door zijn overheersende karakter had Ringo het al eens eerder nodig gevonden om te stoppen en hij vertrok in grote onzekerheid naar Italië. Ondertussen verzonk Lennon steeds dieper in zijn heroïneverslaving en hij werd daarbij gesteund door zijn partner Yoko Ono, wiens aanwezigheid in de studio op zichzelf al een controversieel punt was, maar Harrison was hoopvol: “Ik kan me herinneren dat ik me behoorlijk optimistisch voelde. Ik dacht: ‘Oké, het is het begin van een nieuw jaar en we hebben een nieuwe benadering van platen maken.’”

Die nieuwe benadering was Get Back, een idee om de repetities op te nemen voor een liveconcert met nieuw materiaal. Daarvan zou dan een tv-special worden gemaakt. Het zou ervoor zorgen dat de band terugging naar de basis en op een rauwere manier opnieuw met hun vroegere muziek bezig zou zijn, maar alles verliep niet soepel en Macca nam al snel de rol van dirigent op zich: “Op dat moment kon Paul niet verder kijken dan zichzelf”, vertelde Harrison in 2001 aan Guitar World. “Hij was goed bezig, maar … in zijn gedachten was alles wat er om hem heen gebeurde er gewoon om hem te begeleiden. Hij voelde niet aan dat hij geen rekening hield met de ego’s of gevoelens van de anderen.”

Harrison begon nieuwe nummers in te brengen zoals ‘Let It Down’, ‘Isn’t It A Pity’ en zelfs het beeldbepalende en vernieuwende ‘Something’. Lennon en McCartney bleven de gitarist afwijzen ten gunste van hun eigen liedjes. Ze namen zelfs niet de moeite om naar Harrison te luisteren als hij de nieuwe nummers liet horen. Als je de kwaliteit van de songs in overweging neemt, kun je zijn frustraties begrijpen.

De spanningen liepen al op toen Macca tijdens een opnamesessie Harrison probeerde te instrueren hoe hij zijn gitaar moest bespelen. Geen slimme zet. “Ik speel wat je wilt dat ik speel, of ik speel helemaal niet”, zei Harrison met een dreigende blik. “Wat je maar wilt, ik zal het doen.” Slechts twee dagen later zou de spanning verslechteren en stond de deur voor vertrek op een kier.

Op 8 januari liet Harrison nog een klassieker horen namelijk ‘I Me Mine’. Het gevolg was weer een apathisch ophalen van schouders. Toen werden de verhoudingen wel erg verhit. Lennons hatelijke opmerking had Harrison over de rand geduwd en hij maakte op zijn beurt hatelijke opmerkingen over Yoko Ono, waarbij Lennon zich herinnerde dat hij zei: “Dylan en een paar mensen zeiden dat ze een slechte naam heeft in New York.”

Nadat Harrison, naar verluidt, in de daaropvolgende dagen met Lennon in de problemen was gekomen, was de maat vol toen Harrison zich tot zijn bandleden wendde en voorstelde om een vervanger voor hem te zoeken en zei: “Ik zie jullie wel in de clubs!” Later, in 1987, gaf Harrison toe: “Ik was de slechte sfeer gewoon zo zat”, zoals hij vertelde in het tijdschrift Musician. “Het kon me niet schelen of het The Beatles waren, ik wilde weg.”

Lennon was misschien wel blij om Harrison te zien vertrekken en suggereerde zelfs dat ze snel een vervanger zouden vinden in de grote gitaargod: “Ik denk dat we, als George niet terugkomt op maandag of dinsdag, Eric Clapton wel kunnen vragen om te spelen”, vertelde hij aan Get Back-directeur Michael Lindsay-Hogg. “We moeten gewoon doorgaan alsof er niets is gebeurd.”

Toen hij die dag bij zijn huis in Surrey aankwam, gaf Harrison het ultieme antwoord aan zijn onderdrukkende partners door zijn gitaar te pakken en één van zijn meest gewaardeerde nummers te schrijven, namelijk ‘Wah Wah’. Hoewel het gedeeltelijk werd genoemd als een verwijzing naar het gitaareffect pedaal, gaf Harrison later toe in zijn biografie: ‘I Me Mine’, dat het ook tegen zijn bandleden wilde zeggen: “Je bezorgt me een vreselijke hoofdpijn.” Het blatende geluid en de kracht van Harrison maken van dit nummer een klassieker op zich.

Harrison zou uiteindelijk terugkeren naar de opnamesessie, maar al snel was de groep niet meer te herstellen en gingen de Fab Four hun eigen weg. Harrisons All Things Must Pass wordt algemeen beschouwd als een van de beste post-Beatlesalbums en het eerste nummer dat hij zou gaan opnemen voor zijn nieuwe project was ‘Wah Wah’, de onafhankelijkheidsverklaring van George Harrison.

Bron: Far Out
Vertaling: Albert Braam