Hoe belangrijk was George Martin voor The Beatles?

BFNL Nieuws

Zes legendarische producenten, Mark Ronson, Jimmy Jam, Joe Henry, Alan Parsons, Peter Asher en Judith Sherman bespreken de impact van “de Vijfde” Beatle.

“Ik betwijfel ten zeerste of er een liedje is waaraan ik ooit heb gewerkt dat niet beïnvloed is door George Martin.” – Mark Ronson. George Martin, die in maart 2016 overleed, was natuurlijk de producent van The Beatles. Hij was niet alleen de man die hen gidste bij de creatie van hun platen, maar ook degene die er verantwoordelijk voor was dat ze een contract konden tekenen bij het label waar hij werkzaam was, EMI – het Britse bedrijf waarvan Capitol de Amerikaanse vleugel is, maar alle labels, zowel in het Verenigd Koninkrijk als in de VS, hebben ze in eerste instantie afgewezen, gebaseerd op de foutieve veronderstelling dat het platenkopende publiek soloartiesten wilde, dus geen bands.

George Martin, een klassiek geschoolde musicus die geliefd was bij The Beatles en anderen, vanwege zijn comedy-opnames met The Goon Show met Peter Sellers in de hoofdrol, zag meestal dingen hetzelfde als de bovengenoemde firma. Toch hoorde hij iets bijzonders in de muziek van deze band. Zelfs bij het doen van covers – en ze speelden daar een groot assortiment van, van Buddy Holly-liedjes tot vreemde, maar altijd mooie gebeatle-izeerde covers van “Besame Mucho” tot “Til There Was You,” uit de musical “The Music Man”: er was een unieke eigenheid in hun geluid. Hij wist niet dat Lennon en McCartney snel zouden uitgroeien tot een van de grootste songwriting-teams aller tijden, dus hij bracht de jongens naar de studio en liet ze hun ding doen. Live. Een paar takes en het was klaar. Daarmee heeft hij ze een contract bezorgd en de rest is echt geschiedenis, een geschiedenis die onze wereld voor altijd heeft beïnvloed.

Martins bijdrage als producent is in de loop der jaren onderwerp van veel discussie geweest en er is enige onenigheid geweest. Lennon zei op een gegeven moment, dat Martin ze nooit heeft geproduceerd, dat ze zichzelf hebben geproduceerd. Geoff Emerick, hun chief engineer, schreef ook dat Martin vaak de eer zou krijgen voor zìjn ideeën en werk, maar anderen, met name McCartney (de Beatle met wie Martin het meest close was) zei in maart 2016, na de dood van Martin, dat hij net zo belangrijk was voor de groep als de vier jongens.

“Als iemand de titel van de vijfde Beatle heeft verdiend dan is het George Martin”, zei McCartney. “Vanaf de dag dat hij ons eerste platencontract gaf, tot de laatste keer dat ik hem zag, was hij de meest genereuze, intelligente en muzikale persoon die ik ooit heb mogen kennen.”

Om de vorm en omvang van Martins werk met The Beatles te meten, wendden we ons tot zes van de meest briljante en invloedrijke producenten van deze planeet: Mark Ronson, Peter Asher, Joe Henry, Jimmy Jam, Alan Parsons en Judith Sherman. Hier praten ze over het leven en werk van Sir George Martin.

Alan Parsons: “Hij was een echte heer in alle opzichten. Ik beschouw hem als een mentor. Ik probeerde hem te zijn, echt waar. Ik heb hem in alle opzichten geëmuleerd. Zowel als man en als producent.”

Peter Asher: “Ik kende George Martin het grootste deel van mijn leven. Hij was een echte heer. Hij was altijd zeer charmant, intelligent en goed belezen. Altijd een ideaal persoon om als gast te hebben op een etentje. Ik herinner me een kostuumfeestje kort nadat The Beatles Magical Mystery Tour uitbrachten. George en [zijn vrouw] Judy kwamen als de koningin en prins Filip. Ze waren perfect. George had een koninklijke houding en het kwam die nacht perfect over.”

Joe Henry:“De grootste kunstenaars en producenten hebben de studio niet gebruikt om ideeën vast te leggen, maar om ze tot leven te wekken in evoluerende sfeer. Hij was een van de eersten die het immense scala aan mogelijkheden en ambitie liet zien.”

Mark Ronson: “Een producent is een beetje een psychiater en een basketbalcoach van de middelbare school. Hij was een genie in het naarboven halen van het beste in zijn artiesten.”

Peter Asher: “Hij wist hoe hij het creatieve genie van The Beatles op een vrije manier kon laten bestaan. Hij wist dat de producent het juiste moest doen, gewoon wachten tot ze hun eigen ideeën hadden uitgedokterd en dan waren er nog andere momenten waarop hij actief suggesties zou doen en bijdragen op een briljante manier.”

Parsons: “Als hem dat gevraagd werd, zou hij zijn eigen muzikaliteit aanwenden. John [Lennon] stelde de meeste eisen aan hem. John zou zeggen: ‘Ik wil dat het zo wordt. George, laat het gebeuren’ en George zou een manier vinden om het te doen. Het meest bekende voorbeeld is
Strawberry Fields [Forever], wat twee totaal verschillende takes van het lied op verschillende tempo’s waren en John wilde dat ze werden gecombineerd en zei: ‘Laat het maar gebeuren. Los het op’ en George deed dat.

Peter Asher: “Hij was een getrainde en begaafde musicust. Mijn moeder leerde hem hobo op de Royal Academy [of Music]. Ze zei dat hij een goede leerling was.”

Alan Parsons: “Hij was een echte musicus. Hij sprak de taal van de musicus. Hij had een perfecte houding en kon met bands praten over welke akkoorden, of noten ze speelden zonder daadwerkelijk aan de piano te zitten. Hij had altijd respect voor de artiest en probeerde nooit teveel van zichzelf te injecteren in wat hij deed. Hij wilde geen dictatoriale producent zijn.”

Mark Ronson: “Hij had oprecht respect voor [The Beatles’] songwriting en een echte erkenning voor hoe ambitieus ze waren. Ze hadden altijd als doel beter te worden.”

Joe Henry: “Er is een duidelijk verschil tussen het uitvoeren van je optreden voor dure microfoons voor het nageslacht en de daad van doordachte en weloverwogen platenmaken. In het streven naar dat laatste definieerde George Martin wat het betekende om het geschreven lied te gebruiken als een referentiekader en vervolgens een landschap te creëren en te ontdekken waarin het verhaal zou kunnen floreren. Hij gebruikte de studio zelf als een instrument – niet alleen om een ervaring te documenteren, maar ook om er een te creëren.”

Peter Asher: “Hij wist wat een orkest kon doen. Hij kende akkoorden en harmonieën. De dingen die Th Beatles instinctief wisten, wist hij technisch gezien. Hij keek naar zijn uitgebreide muzikale expertise en kennis als een instrument dat hij kon aanbieden.”

Joe Henry: “Het feit dat George een musicus was, liet hem toe ideeën uit te voeren, ze niet alleen in het abstracte voor te stellen. Er was geen ontkoppeling tussen zijn visie en de realisatie ervan.”

Jimmy Jam: “Zijn arrangementen, zoals het strijkkwartet op Yesterday, of het orkest op andere nummers, maken zoveel deel uit van [The Beatles’] platen. Als je denkt aan de eenvoud van het nummer Yesterday, dan had je het met een groot orkest kunnen doen, maar hij wist het niet te overweldigen.”

Judith Sherman: “Hij had een creatief gevoel voor het orkest. Als je nadenkt over wat voor orkestarrangementen er tot dan toe waren geweest, waren die van hem anders. De meeste arrangeurs schrijven heel grote partijen voor snaren, alleen lange hele notenblokken. Hij gaf de snaren iets om te spelen, in plaats van alleen maar een akkoord te zijn.”

Jimmy Jam: “Eleanor Rigby verbaasde me. De urgentie van de strijkers. Tot dan toe waren de strijkers vaak smeuïg en werden ze niet gebruikt als stuwend leidend instrument, gemengd met rockgitaren. Ineens veranderde dat. Hij had het breedste palet aan verbeelding. Hij kon alles gebruiken en mengen.”

Judith Sherman: “Hij was buitengewoon creatief, niet alleen met het orkest, maar ook met elektronische muziek en geluidseffecten en bandmanipulatie, zoals bandvariaties en achterwaartse klanken. Elektronische muziek was in die tijd een tapemedium; digitaal bestond niet.”

Mark Ronson: “Zoveel elementen die hij introduceerde, die deel uitmaken van ons vocabulaire: slapback echo op de zang, de achterwaartse tape, het gebruik van strijkers op een popballade. De
grote medley op Abbey Road is een productioneel meesterwerk. De bandlussen op Tomorrow Never Knows. De zware dichtheid van het trommelgeluid op heel Abbey Road en met name op Come Together. Ze waren de productiebarrières aan het slechten, telkens als ze de studio ingingen. Hun gebruik van multitracking was ongekend.”

Judith Sherman: “Backwards tape creëert een prachtig geluid. Wat het vreemd maakt is dat de attack op het einde komt. Het decay komt eerst en het groeit en breekt dan af. Wat George zich realiseerde was hoe hij het moest gebruiken om een emotionele lading te maken. Het was niet het effect alleen maar voor de effecten.”

Jimmy Jam: “Toen de Mellotron in het spel kwam, waren er opeens van die geluiden die je nog nooit eerder had gehoord. Hij hield van grillige en avant-gardistische muziek, geluidseffecten, [en] achterwaartse muziek.”

Mark Ronson: “Hoe verfijnd de [Beatles] platen ook waren, het geluid was echt rauw en levendig. De trommels zijn echt crunchy. De zang is zuiver, en toch knallen de drums net zo hard als elke
Wu-Tang-drumlus.”

Judith Sherman:” In A Day In The Life liet hij de strijkers iets doen wat ze nooit doen, opklimmen van hun laagste noot naar de hoogste in hun eigen tempo. De eerste keer dat ik het hoorde, viel mijn mond open. Wat is dit? Hoe hebben ze dit gedaan?”

Jimmy Jam: “Zijn diversiteit is onthutsend. Van de manier waarop The Beatles begonnen, met zeer rauwe platen die ook geraffineerd waren, tot Sgt. Pepper…, het feit dat dat allemaal uit één brein kwam is verbazingwekkend. Ik heb altijd gedacht dat als ik ooit de kans zou krijgen om platen te produceren, dat de aanpak zou zijn: proberen niet vast te zitten in één ding, maar een breed muzikaal bereik te hebben.”

Mark Ronson: “De hele tijd heeft hij [The Beatles] rustig laten evolueren en was hij er om hun visioenen op tape te realiseren. Paul en John probeerden elkaar altijd te overtreffen, Brian Wilson en wie dan ook te overtreffen. Ze wilden verder blijven gaan en George heeft die vooruitgang aangemoedigd en mogelijk gemaakt. Er is niets gedateerd aan wat ze hebben gedaan. Ze vonden dat extra magische element dat het verschil is tussen wat goed is en wat buitengewoon.”

Jimmy Jam: “De Beatlesplaten en al zijn producties, zijn tijdloos.”

Joe Henry: “Hij begreep dat het opnameproces niet begrensd moet worden door het medium, maar gedefinieerd moet worden door de eindeloze mogelijkheden ervan. Onder zijn hoede liet hij de artiesten zich bevrijd en onbevreesd voelen, beide uiteindelijk belangrijker dan welk
arrangement-idee, of opnameconcept ook.”

Mark Ronson: “Ik betwijfel ten zeerste, of er een nummer is waar ik ooit aan gewerkt heb waar George Martin geen invloed op heeft gehad.”

Peter Asher was manager A&R (Artists & Repertoir) voor The Beatles’ Apple Records. Hij contracteerde de eerste Amerikaan bij het label – James Taylor – en produceerde zijn eerste Apple-album, evenals veel van de post-Apple-albums, waaronder Sweet Baby James. Hij was ook de helft van het duo Peter & Gordon en ook de broer van Paul McCartneys vriendin, Jane Asher. Een paar jaar lang woonde McCartney in het huis van zijn familie.

Joe Henry is zowel een briljante songwriter als een drievoudig Grammy-winnende producent. Hij produceerde veel opmerkelijke albums voor veel artiesten waaronder Mose Allison, Mavis Staples, Rodney Crowell, Joan Baez, Aaron Neville en Bonnie Raitt. Zijn meest recente meesterwerk is The Gospel According To Water.

Jimmy Jam is een vijfvoudige Grammy-winnaar, met inbegrip van overwinningen voor Producer Of The Year met zijn productiepartner Terry Lewis, in 1986.
Zijn producties omvatten albums van Yolanda Adams, Boyz II Men, Mariah Carey, Janet Jackson, Usher en vele anderen.

Alan Parsons is de mede-oprichter en leider van het legendarische Alan Parsons Project. Hij is ook een geweldige producer, engineer en songwriter. Hij begon als assistent-engineer bij Abbey Road, waar hij werkte aan de laatste twee albums van The Beatles: Abbey Road en Let It Be.

Mark Ronson is zowel een solo-artiest als een verbluffende songwriter en producent. Hij is het meest bekend om zijn werk met artiesten als Amy Winehouse, Bruno Mars, Christina Aguilera, Miley Cyrus, Lady Gaga en vele anderen.

(Bron: americansongwriter.com)
(Vert: Henno de Jong)