Hoe Paul McCartney de bassist werd in The Beatles

BFNL Nieuws

Tim Fletcher kijkt hoe Paul McCartney de bassist werd in The Beatles, een rol die hij niet echt wilde … In 1959 speelden de drie overgebleven leden van The Quarrymen, John Lennon, Paul McCartney en George Harrison steeds beter samen als live-band, maar hun bezetting met drie gitaren had wat extra drive nodig om ze te laten klinken als de Amerikaanse rock-‘n-rollbands die ze wilden evenaren. Omdat ze geen vaste drummer konden vinden, waren ze al blij dat ze een vaste bassist hadden.

Stuart Sutcliffe was een vriend van John Lennon geworden toen ze beiden studeerden aan het Liverpool College Of Art. Hij was een getalenteerd artiest en in november 1959 verkocht Stuart één van zijn schilderijen op een kunsttentoonstelling. In januari 1960 overtuigde Lennon hem om de 65 pond die het schilderij had opgebracht, te gebruiken om een ​​Hofner President-bas te kopen in de muziekwinkel van Hessey in Liverpool en zo werd de band een kwartet.

Sutcliffe was geen natuurlijke muzikant en hij vond het moeilijk om het instrument te bespelen. George Harrison zou later zeggen: ‘Het was beter een basgitarist te hebben die niet kon spelen dan geen basgitarist te hebben’. De band speelde een paar optredens in de omgeving en in mei 1960 trokken ze de aandacht van de plaatselijke zaaleigenaar, Allan Williams. Hij begon optredens te boeken onder verschillende namen, waaronder Long John & The Silver Beetles, The Silver Beetles en daarna The Silver Beatles. Eind augustus 1960 was de band, via Williams, ingehuurd door Bruno Koschmider om te spelen in zijn club in Hamburg, Duitsland.

Ze rekruteerden snel drummer Pete Best uit een andere groep uit Liverpool,
The Blackjacks, om de band compleet te maken. Op hun lange rit naar Hamburg besloten ze het ‘Silver’ uit hun naam te laten en gewoon bekend te worden als ‘The Beatles’.

Spelen bij The Kaiserkeller was een slopende zaak, omdat de band vier sets per avond moest spelen. Hoewel ze dus hard moesten werken, werd de band wel snel beter. John Lennon herinnerde zich: ‘We moesten urenlang spelen. Elk nummer duurde wel twintig minuten met wel twintig solo’s. Dat is wat het spelen heeft verbeterd.”

In oktober werd de band ontevreden over hun salaris en woonomstandigheden en ze hadden de Kaiserkeller verlaten om te werken bij de rivaliserende Top Ten Club. Koschmider was hier erg boos over en klaagde McCartney en Best aan voor het beschadigen van hun kamer en Harrison voor het werken als minderjarige. De drie werden eind november Duitsland uitgezet. Lennon bleef nog een tijdje, maar begin december was de kern van de groep weer in Liverpool. Sutcliffe bleef in Duitsland bij zijn vriendin Astrid Kirchherr en vertelde de andere bandleden dat hij de groep zou verlaten.

Ze namen snel weer boekingen aan en door de afwezigheid van Sutcliffe, moest de band een nieuwe bassist zoeken. Pete Best suggereerde dat Chas Newby, zijn voormalig medebandlid in The Blackjacks, misschien graag mee zou willen doen, omdat hij kerstvakantie had van de universiteit. Zijn eerste show met The Beatles was in The Casbah Club (eigendom van de moeder van Best, Mona) op 17 december. Hij bleef nog drie optredens doen. De laatste was in de Casbah op oudejaarsavond. Lennon was zo onder de indruk dat hij aan Newby vroeg om met de band naar Duitsland te gaan, maar Newby weigerde omdat hij zijn scheikundecursus wilde afronden.

Bij hun volgende show in het stadhuis van Litherland op 5 januari 1961, trad McCartney voor het eerst op als bassist van The Beatles. Hij gebruikte zijn Rosetti Solid 7 elektrische gitaar als bas met drie pianosnaren en speelde zo minstens twintig shows.

Sutcliffe keerde eind januari terug voor een toelatingsgesprek bij de lerarenopleiding aan het Liverpool College Of Art, maar hij werd niet aangenomen.

Hij werd uitgenodigd om terug te keren naar The Beatles en op 9 februari, met McCartney weer op gitaar, speelden ze de eerste van vele optredens in The Cavern Club. Hun schare fans werd aanzienlijk groter in deze periode, maar eind maart ging de band weer naar Hamburg. Peter Eckhorn, manager van de Top Ten Club, had de werkvergunningsproblemen van The Beatles met de plaatselijke autoriteiten opgelost en huurde ze in voor weer een serie optredens. Na een paar weken in Duitsland was McCartney’s Rosetti-gitaar niet meer te repareren en hij werd verbannen naar de piano.

Sutcliffe begon al gauw meer tijd met Astrid door te brengen. Moe van de meedogenloze optredens en omdat hij niet tevreden was met het niveau van zijn muziek, kwam hij soms te laat opdagen op repetities, of verscheen helemaal niet. Zijn ogenschijnlijk gebrek aan toewijding begon de andere bandleden te irriteren. Dit leidde tot een confrontatie met Paul McCartney tijdens een optreden en tegen het einde van hun verblijf bij The Top Ten, besloot Sutcliffe de band te verlaten. Astrid moedigde hem aan om terug te keren naar zijn kunststudie en toen schreef hij zich in bij de Universiteit van Schone Kunsten in Hamburg.

Omdat McCartney eerder bassist bij hun optredens was geweest, was hij de voor de hand liggende keuze om Sutcliffe te vervangen. Hij was er echter niet al te enthousiast over om het permanent op zich te nemen: ‘De bas was het ding waar de dikke jongens mee opgezadeld werden en werden gevraagd om achterin te staan ​​en te spelen … Dus ik wilde het absoluut niet doen, maar Stuart ging weg en ik werd ermee opgezadeld. Later was ik er best tevreden mee.” Aanvankelijk leende hij de bas van Sutcliffe, maar aangezien McCartney linkshandig was (en Sutcliffe had hem gevraagd de snaren niet te veranderen), moest hij de bas ondersteboven bespelen totdat hij genoeg geld had gespaard om zijn eigen instrument te kopen. McCartney herinnert zich dat hij een bezoek bracht aan de muziekwinkel Steinway-Haus in het nabijgelegen Colonnaden: ‘Ik herinner me dat ik daarheen ging en er was een bas die vrij goedkoop was. Ik kon geen Fender betalen. Fenders waren zelfs toen ongeveer £ 100. Alles wat ik me echt kon veroorloven was ongeveer £ 30. Dus voor ongeveer £ 30 vond ik deze Hofner (500/1) vioolbas en voor mij leek het alsof, omdat ik linkshandig was, het er minder dom uitzag omdat het symmetrisch was. Zag er niet zo slecht uit als het eerdere weggooiding dat verkeerdom was.”

Toen de band terugkeerde naar Liverpool, begon hun faam te groeien en al snel begonnen ze zich te manifesteren als een succesvolle band, zowel in Groot-Brittannië als in het buitenland. Hoewel Hofner McCartney in 1963 nog een 500/1 gaf als onderdeel van een promotieovereenkomst, bleef hij zijn originele versie uit 1961 gebruiken als reservebas tijdens Beatlestournees, totdat deze eind 1969 uit de Abbey Road Studio’s werd gestolen.

Als aanvankelijk onwillige bassist werd McCartney al snel vaardiger en ging hij van het instrument houden. Later herinnerde hij zich: “Toen we Elvis ontmoetten, probeerde hij bas te leren spelen, dus ik had zoiets van: ‘Je probeert bas te leren spelen, meneertje? Ga zitten, laat me je een paar dingen zien!’ Dus ik was erg trots dat ik de bassist was.”

(Bron: bassmusicianmagazine.com)

(Vert: Albert Braam)