John Lennon/Plastic Ono Band 50 jaar

BFNL Album recensies, BFNL Columns, Nieuws

Gisteren was het album John Lennon/Plastic Ono Band 50 jaar oud. Een album dat nu nog even krachtig en rauw klinkt.

Een kleine bezetting van Lennon op gitaar, de briljante Klaus Voormann op bas, Ringo op drums – die nog nooit zo strak gedrumd heeft als op dit album – aangevuld met Billy Preston en Phil Spector op keyboards (Vooruit dan: Yoko ook nog, die de wind verzorgt). Diezelfde Spector die tekende voor een voor zijn doen bijzonder spaarzame productie.

Plastic Ono Band is bepaald geen polonaiseplaat. De loodzware kerkklokken die de plaat openen – vertraagd om nog extra effect te geven – zijn een voorbode van wat komen gaat. In Mother schreeuwt Lennon de pijn van zich af over zijn ouders, die hem al dan niet ongewenst als klein jochie in de steek lieten. Vader Freddie Lennon liet de kleine John in de steek toen John als kleuter gedwongen werd te kiezen tussen zijn vader en moeder en hij eerst voor zijn emigrerende vader koos, maar op het laatst toch voor moeder Julia. Waarna tante Mimi de opvoeding van John opeiste en John op zijn zeventiende zijn moeder definitief verloor, toen zij vlak voor zijn huis geschept werd door een auto. Mommy don’t Go. Daddy come home. Het klinkt letterlijk en figuurlijk hartverscheurend.

Hold On geeft gelukkig verlichting. Niet alleen aan John en Yoko, het onderwerp van de eerste twee coupletten, maar uiteindelijk aan de hele wereld. Het is mijn persoonlijke mantra in zware tijden. It’s gonna be allright. You’re gonna win the fight. Dat geldt ook voor I Found Out, waarop Lennon trouwens een briljante gitaarpartij speelt: Don’t let them fool you with dope and cocaine/no one can harm you/feel your own pain.

Working Class Hero werd al snel op Lennon zelf geprojecteerd, maar weinig terecht: wie Lennons jeugdhuis op Menlove Avenue bezocht heeft, weet dat hij eerder stevig in de middenklasse zat. Ooit heb ik op verzoek voor een wedstrijd een Nederlandse vertaling gemaakt, die ik ooit nog hoop terug te vinden. Ik blijf het storend vinden dat een van de coupletten een ander geluid heeft: Lennon had per ongeluk een couplet overgeslagen en zou het later alsnog zingen, maar met een andere gitaar inspelen.

Kant A eindigt met Isolation, waarop Lennon zich wederom in zijn ziel laat kijken: people say we’ve got it made/don’t they know we’re so afraid? Isolation. In de brug heeft Lennon zelden zo direct geklonken.

Kant B heb ik altijd iets minder sterk gevonden met opener Remember en het iets te lange Well Well Well, maar daartegenover staat wel het wonderschone Love met het ietwat onzekere en daardoor ontwapenende pianospel van Spector, het zalvende Look At Me en vooral God waarin Lennon keihard het einde van The Beatles bezingt: ‘the dream is over’.

Het is bijna niet voor te stellen dat hij er tien jaar later ook niet meer zou zijn, maar zoals ik onlangs al schreef: met zijn muzikale erfenis leeft Lennon voort. Het wachten is nu op de hopelijk binnenkort te verschijnen boxset van dit album.

– Ron Bulters –