LIJSTJES

BFNL BFNL Columns, Then There Was Music

Twee keer per jaar deed een kermis ons dorp aan. Vanaf 1970 was het terrein rond het cultureel centrum eind april en eind augustus dé plek als je van kermis hield. Aanvankelijk ging ik ook, maar al vrij snel verloor het evenement zijn bekoring. Ik heb nooit begrepen waarom je zou betalen om misselijk en/of duizelig te mogen worden. Nee, dit fenomeen was aan mij niet besteed.

Voorafgaand aan elke kermis kregen mijn broer, zus en ik geld van mijn ouders om te gebruiken voor de kermis, of om er iets van te kopen. Ik had me ver voor het gebeuren van april 1976 al voorgenomen dat het er nu eindelijk maar eens van moest komen: de lp die ik bij Radio Woordes al heel vaak in handen had gehad zou ik met het geld van deze ronde gaan kopen. Wat vòòr dit album sprak, naast de gave hoes en de waanzinnig goede besprekingen, was het feit dat het ging om een lp van een ex-Beatle. Een voor mij toen sterk argument tegen dit album was datzelfde ‘ex’. Ik wilde ze alle vier, maar ja. Vanuit een soort ‘beter één Beatle in de hand’- idee kwam het solowerk steeds meer in beeld.

Daarnaast was er ook nog een grote poster met een behoorlijk aantal polaroids

De hoes zag er, zoals gezegd, geweldig uit: een groep mannen en een vrouw verstild in een lichtcirkel, waarbij ik naast Paul, Linda en Denny alleen James Coburn en de Dracula-acteur Christopher Lee herkende. Met de nieuwe aanwinst thuisgekomen bleek dat McCartney niet bezuinigd had op de aankleding: de zwarte schijf zat in een binnenhoes met foto en songteksten en daarnaast was er ook nog een grote poster met een behoorlijk aantal polaroids.

Ik had in die tijd een vrij eenvoudige Dual-platenspeler met twee minuscule speakers; een soort kooitjes van triplex met gaatjes in het plankje aan de voorkant, maar voor mij kon het niet mooier. Als ik op bed ging liggen lag ik optimaal voor stereo. Het blijven toch de mooiste herinneringen: de naald laten zakken, je razendsnel installeren op het bed (ik wilde geen noot missen) en dan de gitaren van Band On The Run voor het eerst horen!

Gegrepen door het ‘if we ever get out of here’-deel met z’n gave gitaar-groove en dan de explosie van klank voor de verbinding met ‘Well the rain exploded’… wat zullen mijn kleine speakers het zwaar te verduren hebben gehad en wat zou het geluid tegenvallen als ik ze nu nog een keer zou kunnen horen. Paul voerde in die tijd bijna constant de ‘beste bassist’-lijstjes aan en ook op deze lp laat hij van de eerste tot de laatste noot horen hoe weergaloos goed hij kan ‘bassen’. Het ‘if we ever get out of here’- deel toont aan dat minder noten spelen en meer ruimte durven laten tussen die noten een muzikaal enorm interessant geheel kan opleveren.

Band On The Run was de lp waarmee McCartney liet zien dat hij weer helemaal terug was, maar het was ook de lp die duidelijk maakte dat het niet makkelijk was om zijn tweede band bij elkaar te houden. Net voor de opnames zouden beginnen was deze band inderdaad ‘on the run’ geraakt, maar helaas niet allemaal dezelfde kant op. Naast Linda was er op dat moment alleen nog de eeuwig trouwe Denny Laine. Het is ook de lp met de knipoog naar Lennon in de vorm van Let Me Roll It en de buiging van John voor deze lp en voor dit nummer; hij zou de lick later ‘lenen’.

Ik heb het altijd jammer gevonden dat de gitaarsolo aan het eind van No Words zo snel verdwijnt in een fade-out. McCartney is iemand die zich zelden of nooit te buiten gaat aan lange solo’s, maar deze had heel graag langer mogen duren. Ik vroeg me destijds af of er misschien iemand al solerend uit de bocht was gevlogen en het gebrek aan lengte dus een noodzakelijke keuze was; deze klinkt naar zoveel meer!

Een ander typisch McCartney-dingetje is helemaal aan het eind van Picasso’s Last Words te vinden, aan de uiterste grens van de fade-out: Paul laat dan (nog net hoorbaar) de simpele baspartij los en begint aan een melodieus- swingend nieuw basmotiefje. Dit is niet de eerste keer dat hij dat doet: Hey Jude kent nog later in de fade-out (je moet echt het volume wel iets meer opendraaien om het te horen) een bas motiefje dat direct na de introductie alweer in de stilte verdwijnt. Dit motief gebruikt Paul sinds een jaar of twintig als hij Hey Jude live speelt tijdens het ‘na na na’-deel wanneer hij het publiek de zang over laat nemen. Op Mrs. Vandebilt laat hij zich wat eerder gaan in de laatste fase van het nummer, nog ruim voor de fade-out, wat een mooie beweeglijke baspartij tot gevolg heeft door, wat in essentie een wisselbas is, flink te omspelen.

Band On The Run: een lp met, voor de korte reprise van het titelnummer, een slotnummer met als titel een moment dat toen nog ver in de toekomst lag, maar dat inmiddels nog veel verder in het verleden ligt: Nineteen Hundred And Eighty Five. Grappig hoe de tijd onderlinge verhoudingen wijzigt. Toen ik de lp kocht was Band On The Run de moderne redelijk nieuwe lp van een ex-Beatle. Een lp die, hoewel extreem goed besproken, niet de glans had van de klassiekers van McCartneys eerste band. Inmiddels heeft ‘On The Run’ zijn plekje als klassieker zo goed als naast de Fab Four-lp’s wel verdiend. Hij staat niet voor niets op 75 in de lijst van beste Britse lp’s aller tijden.

– Ton Steintjes –