Love Me Do? ‘Best goed’, schreef John in onthullende Beatlesbrieven

BFNL Nieuws

Memorabilia van de band die tijdens hun periode in Hamburg werden gestuurd aan fotografe Astrid Kirchherr, worden in mei geveild. Het was de stad die The Beatles vormde. Niet Liverpool, maar Hamburg, de Noordduitse haven waar de band tussen augustus 1960 en december 1962 vaker speelde dan ooit in de Cavern in hun woonplaats. Zestig jaar later, zijn er nooit eerder vertoonde brieven, werkvergunningen en foto’s opgedoken over die periode van de band in Duitsland en hun relatie met Astrid Kirchherr, de fotografe die vooral bekend is vanwege haar indringende zwart-witte portretten die ze van The Beatles heeft genomen in Hamburg, voordat ze beroemd waren.

Onder de brieven die gericht zijn aan Kirchherr – die een grote invloed had op de stijl en de typerende ‘mop-top’-kapsels van de band – is er eentje waarin George Harrison haar uitnodigt om naar Londen te komen om “een maaltijd voor hem te bereiden en cornflakes voor hem te halen” en een van John Lennon, die over hun net uitgebrachte single ‘Love Me Do’ bescheiden schrijft: “Het is best goed, maar niet goed genoeg”.

Kirchherr was verloofd geweest met Stuart Sutcliffe, een van de originele bandleden, die in april 1962 op 21-jarige leeftijd was overleden aan een hersenbloeding, een jaar nadat hij uit The Beatles was gestapt om in Hamburg kunst te studeren. Het verhaal van The Beatles in Hamburg en haar relatie met Sutcliffe werd verteld in de film Backbeat uit 1994.

“Alle Beatles waren verliefd op haar – voor een deel een soort moeder- of zusterliefde, voor een deel seksueel getint”, zegt Stefanie Hempel, die 25 jaar lang goed bevriend was met Kirchher, tot aan haar overlijden vorig jaar. “Astrid was zo mooi, maar ze bekommerde zich ook om hen, verzorgde ze op een soort van spritueel en intellectueel vlak en ze gaf hen een nieuw zelfbewustwijn. Het was meer, veel meer dan alleen maar hun moptophaar. In feite had ze er een hekel aan dat ze bekend stond als de haarstylist van The Beatles.”

De onopgemerkte brieven aan Kirchherr ware sinds vele jaren in het bezit van een onbekende Duitse man, die ze nu verkoopt bij opbod. De brief van Lennon, die hij aan haar schreef vanuit zijn huis in Liverpool in oktober 1962, zes maanden na de dood van Sutciffe, begint in zijn onnavolgbare speelse stijl. “Ja, ik ben het – John Winston.” Winston was Johns tweede voornaam, maar de toon verandert dan. “Het spijt me echt dat je zo verdrietig bent en twijfelt aan jezelf. Je moet van me aannemen dat Cyn, ik en de andere Beatles je nooit anders zullen gaan zien. Je blijft voor ons altijd Astrid van Stuart.”

“Stuart was werkelijk de enige persoon waartegen Lennon op keek”, zegt Hempel, die de afgelopen twintig jaar rondleidingen en voordrachten gaf over The Beatles in Hamburg. “Astrid en John waren allebei in rouw.”

De brief van Lennon gaat verder over de zwangerschap van Cynthia die “deze kleine John in zich draagt”. De baby zou Julian worden, die ook singer-songwriter werd.

Harrison schreef dat najaar aan Kirchherr dat hij kort daarvoor terug was geweest in Liverpool. “Drie weken geleden sloeg een of andere gast mij een blauw oog in de Cavern. Ik ben ermee naar het ziekenhuis geweest en kreeg er een ooglapje overheen. Toen liep ik als Johnny Kidd over straat, maar in de baan van een bus, die me omver reed.” Klidd was zanger van Johnny Kidd and the Pirates die, ironisch genoeg, ooglapjes droegen tijdens hun optredens.

Harrison vertelt dan dat hij en Lennon “net nieuwe versterkers en gitaren hebben – Gibson Jumbo Country and Western-stijl” en dat Paul (McCartney) een nieuwe auto heeft – een Ford Classic, die groter is dan de mijne”. Dit nog voor zijn opmerking over Ringo Starr, die juist was gestart als opvolger van de ontslagen Pete Best. “Hij is al heel aardig aan het drummen.”

In een epistel van Harrison uit 1964 haalt hij herinneringen op aan Hamburg. “Ik heb een paar oude brieven van Stu gevonden”, schrijft hij Kirchherr. “Het komt vreemd over om te lezen over The Beatles in de Top Ten Club.” Dit betrof een van de meest rauwe muziekpodia van de stad, waar ze alleen in 1961 al 92 keer hadden opgetreden. Hij vraagt Kirhherr daarna om naar Londen te komen om hem en de andere Beatles op te zoeken. “Je zou kunen logeren in onze nieuwe flat in Londen”, die hij met Starr deelde in Mayfair. Harrison stelt voor: “je zou eten voor ons kunnen maken en cornflakes voor ons kunnen halen.”

“Dat is precies wat Astrid en haar moeder in Hamburg voor The Beatles deden”, zegt Hempel. “Ook namen enkele lokale restaurants cornflakes op in hun menu voor … andere Britse bands die optredens gaven in Hamburg.”

Harrison waarschuwt Kirchherr echter zijn naam niet te vermelden op de envelop van haar eventuele antwoord. “Zet er in plaats daarvan maar Dave Lloyd op en ons adres aan Green Street. Geen George Harrison er opzetten, anders weet iedereen via de postbode aan ons adres te komen.”

“George en Astrid bleven heel close tot aan de dood van George in 2001,” zegt Hempel. “Astrid ging op bezoek bij George toen hij in Surrey woonde.”

Bij de veiling op 5 mei bij Bonhams in Londen zijn o.a. een brief uit begin 1963 waarin McCartney schrijft over de release van hun eerste elpee, Please Please Me en tekeningen en gedichten die ze kreeg van Lennon. Bij dezelfde veiling, maar nooit in bezit geweest van Kirchherr, zijn de Duitse werkvergunningen van Lennon en nooit eerder vertoonde foto’s die genomen zijn door een fan, van de band bij het verlaten van de luchthaven van Hamburg in Juni 1962.

“De tijd die The Beatles in Hamburg doorbrachten was werkelijk cruciaal voor hen”, zegt Katherine Schofield, hoofd van Entertainment memorabilia bij Bonham. “Je kunt gerust zeggen dat ze naar Duitland kwamen als jongens en het land verlieten als mannen.”

(Bron: theguardian.com)
(Vert: Marijke Snel – van Asperen)