Oh my love

BFNL BFNL Columns, Then There Was Music

Negen oktober 2021; in een perfecte wereld zou het zijn éénentachtigste verjaardag geweest zijn. In een perfecte wereld zoals door hem bezongen in het lied Imagine. In september 2021 werd het album Imagine weer eens uitgebracht, nu op wit vinyl ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van het album. Het begint wel een beetje raar te worden omdat we inmiddels toe zijn aan variaties op variaties van heruitgaven. Na de ‘ultieme mix’ kan er natuurlijk niet ook nog een ‘ultiemere mix’ uitgebracht worden. Waarschijnlijk is er daarom voor gekozen hetzelfde opnieuw uit te brengen, alleen nu met een ander kleurtje. Ik probeer me er altijd weer een paar dagen van te overtuigen dat ik zo’n wit exemplaar, naast alle versies die ik al heb, echt niet nodig heb. Uiteindelijk helpen die gedachten niet en koop ik ook deze weer, want, zoals een kennis het eens formuleerde: ‘ik vind het een geruststellende gedachte dat ook die versie in mijn kast staat’. Ach ja; uitstelgedrag t.a.v. volwassen worden zullen we maar zeggen.

Het meest positief aan zo’n nieuwe versie is wel dat ik me daardoor weer bewust word van het album. Ik heb Imagine als tiener zo ongelooflijk vaak beluisterd dat het me nu soms bijna(!) tegenstaat. Het ligt daardoor minder vaak op de draaitafel dan het album verdient. Doordat zo’n witte natuurlijk meteen beluisterd moet worden herontdek ik het album als het ware en bij ieder herontdekken verbaast mij de bijzondere rangschikking van kant twee weer. Het bijtende, giftige statement (misschien wel de meest meedogenloze versie van Lennon) dat centraal geplaatst is, wordt omkaderd door zo ongeveer de meest lieflijke songs in zijn oeuvre: Oh My Love (Lennon/Ono) en How (Lennon).

Twee prachtige songs waarbij ik Oh My Love nog net even mooier vind.

Het is een verademing om Lennon af en toe over iets anders te horen zingen dan over zijn eigen onzekerheden en jeugdtrauma’s. Op zich is daar niets mis mee en hij is zeker niet de enige kunstenaar die (vooral) schept vanuit wat hem bezighoudt of vanuit wat hem overkomen is, maar muziek die even niets meer wil zijn dan alleen maar melodie, harmonie en ritme, ervaar ik ook als erg prettig.

Zonder enige twijfel bezingt hij in Oh My Love zijn liefde voor Yoko, waarmee ook dit een verklanking van zijn eigen leven wordt, maar het bezingen van de liefde is daarnaast, zolang het naamloos gebeurt (geen Dear Yoko b.v.) vooral iets universeels waardoor het in mijn beleving het bezingen van míjn geliefde kan worden. Deze abstractie geeft het tussen alle persoonlijke teksten een andere dimensie. Muziek enkel als klank. Klanken die niet in de eerste plaats het vervoermiddel van de tekst zijn.

Er is veel meer; het zijn vooral muzikale redenen die van dit lied misschien wel mijn absolute favoriet van het album maken. In de eerste plaats wordt er waanzinnig goed gemusiceerd met als de spil waarom alles draait Nicky Hopkins. Zijn pianopartij (gespeeld over Lennons meer basic pianopartij) houdt het geheel bij elkaar zonder dat hij daarbij de anderen voor de muzikale voeten loopt. Elk akkoord wordt omspeeld, maar nergens speelt hij het geheel ‘dicht’ door teveel te doen.

De beeld- en geluidsopnamen van een sessie waarbij George Harrison het lied leert door aftastend mee te spelen met John die het aan de piano voorspeelt, laat zien hoeveel dit lied te danken heeft aan Nicky Hopkins. Het is ook in dit stadium duidelijk dat het prachtig is, maar zonder het pianovlechtwerk van Hopkins klinkt het toch een paar gradaties minder.

De partij van Harrison sluit naadloos aan bij wat Hopkins doet. Al vanaf het eerste gebroken, stijgende b mineur (John) wordt de luisteraar de muziek ingezogen, waarbij gitaar en piano samen de basis weven waarboven Lennon vrij kan zingen. Als een soort filigrain weeft Hopkins zijn klanken daarover en doorheen.

In instrumentgebruik en in zekere zin ook qua vorm, heeft dit lied iets klassieks. Als de romantische liederentraditie een doorgaande lijn zou hebben gekend tot 1971, zou je je bijna voor kunnen stellen dat die lijn hier uit moet komen.

In de beste Lennontraditie is de harmonisatie opvallend. Ze is dit keer niet vaag, maar neemt wel wat meer tijd voor het neerzetten van de toonsoort. Waar het geheel uiteindelijk in A blijkt te staan beginnen veel frases in D waardoor het zojuist bereikte A telkens weer iets van een dominant voor D krijgt. Als Lennon hiermee heeft willen verklanken dat hij onzeker is in de liefde, werkt dat goed.

Oh My Love staat in A, maar het eerste akkoord is een b mineur akkoord. Als na vier maten (en een afsluiting in A in die vierde maat) de piano en bas invallen, gebeurt dat met een D akkoord. Twee tonen gelijk aan het bm van het begin, maar nu dus wel door die derde noot majeur. Ook weer; in de vierde maat pas een hernieuwde afsluiting in A. Zodra Lennon inzet gebeurt dat opnieuw boven een D akkoord. De eerste frasen worden zo een reis náár de gekozen toonsoort.

Voor het “I see the wind’-deel kiest John voor één van de meest voor de hand liggende modulaties, namelijk die naar fis mineur waardoor de hoofddelen van dit lied een naadloos geheel vormen. Nadat hij aan het begin misschien wat onzekerheid uitstraalde t.a.v zijn keuze voor A als toonsoort, is de belangrijke keuze m.b.t. de modulatie geheel binnen wat voor de hand liggend is in A.

Waar popsongs niet zelden tussen bas en zang (de eventuele leadgitarist die een andere functie heeft buiten beschouwing gelaten) een vooral homofoon midden kennen, d.w.z. daar waar de bas vaak het enige instrument is dat onder de zang een (redelijk) grote mate van melodische ontwikkeling kent terwijl de rest zich veelal met akkoorden bezig houdt, is er hier sprake van een meer polyfone benadering. Piano, gitaar en bas vlechten samen een weefsel van stemmen. Stemmen die elkaar aanvullen en beantwoorden. Een muzikale beweging die nergens stilvalt. Deze geweldige musici geven Lennon alle ruimte voor zijn zang en daar waar nog meer beweging gevraagd wordt vullen ze dat moeiteloos en smaakvol in.

Ik ben fan van het totaalpakket dat John Lennon heet, maar daar waar hij geen al te duidelijk statement maakt, niet alles probeert te duiden of zijn verleden probeert te verwerken, kortom daar waar hij vooral muziek maakt, heeft zijn scheppen voor mij nog net iets meer en hier straalt de muziek tot in het kleinste detail.

…’Four’ Onbedoeld is het slot van Harrisons ‘vier tellen vooraf’ vastgelegd. en weg zijn ze voor de eerste frase van vier maten betovering.

Ton Steintjes