Penny de Jager

BFNL BFNL Columns, Then There Was Music

‘En nou gaat dat ding uit, ik moet de hele dag nog naar die herrie luisteren’ Pa erop wijzen dat ik aan het ontbijt luisterde naar een interview met George Harrison over de verschijning van zijn nieuwe lp 33 1/3 hielp niets; hij stond de hele dag in de keuken als kok met veel jonge mensen die naar Hilversum 3 luisterden en dat was meer dan genoeg kabaal voor één dag. Bovendien: die vent kon toch niet zingen, wat vond ik daar toch aan? Ach ja, naar popmuziek luisteren met ouders die alleen naar klassieke muziek luisterden; we hadden weinig raakvlakken. Bij het interview met George dat ik niet heb kunnen horen ging het ongetwijfeld om de in die tijd gebruikelijke bandopname waarvan een kopie naar radiostations ging zodat de artiest niet stad en land hoefde af te lopen om zijn album onder de aandacht te brengen.

In 1976 zat de carrière van Harrison behoorlijk in het slop. Na de vliegende start met All Things Must Pass volgden een aantal zwaar bekritiseerde albums: Living In The Material World, Dark Horse en Extra Texture. Material World mag zich tegenwoordig verheugen in een herwaardering, maar de andere twee albums worden toch nog steeds als zwak gezien. Harrison die veel te veel preekte en veel te weinig uptemponummers voor zijn albums opnam. Daar kwam nog bij dat hij ten tijde van de opname van Dark Horse en de begeleidende tour slecht bij stem was en daardoor een makkelijk slachtoffer van woordgrapjes werd als Dark Hoarse. Om de kritiek voor te zijn stond langs de onderrand van de binnenhoes van Extra Texture: ‘OHNOTHIMAGEN’, of wel OH Not Him Again. En laat dat nu precies zijn wat de meeste mensen dachten. ‘To little to late’ was een beetje de strekking van de recensies: te weinig vreugdevolle muziek te laat op de albums.

Met enige regelmaat liep ik in die tijd de plaatselijke platenzaak binnen om de bakken van McCartney, Lennon en Harrison door te ‘flippen.’ Zonder al te veel verwachtingen overigens, want de tijd dat er meerdere albums van een artiest per jaar verschenen lag al een eind in het verleden. Wat een prettige verrassing dus toen er november 1976 in de Harrison-bak een lp stond die ik niet kende en die duidelijk nieuw was. Een zonnige hoes met vrolijke kleuren en een George die in niets meer leek op Beatle George. De Moptop en het lange ‘Jezus-achtige’ haar van 1969 hadden plaats gemaakt voor een permanentkrullenbos. Zou het album inhoudelijk iets zijn? Dat was eigenlijk totaal irrelevant: het was een album van een ex-Beatle, helaas niet John of Paul, maar ik had geld, dus kopen maar.

TopPop, wat was je in die tijd zonder TopPop? Kijken naar artiesten van naam (ook de echt grote namen) die naar Nederland kwamen om in een Hilversumse studio hun songs te playbacken. Een goed alternatief waren de videoclips die TopPop kon laten zien als de artiest niet wilde, of kon komen. Je kon ook ongelooflijk pech hebben. Als er helemaal niets was danste Penny de Jager tijdens het nummer. Op dat soort momenten was radio zo gek nog niet; dezelfde muziek in een betere geluidskwaliteit dan via de tv-speakertjes zonder Penny’s heen en weer rennen met nogal grootse gebaren, heel vaak in een wolk van rook.

TopPop: ik heb geen idee meer hoelang een uitzending duurde, maar als je, zoals ik, eigenlijk alleen maar zat te wachten op John, Paul, George, of Ringo moest je elke week wel erg veel uitzitten voor een paar minuten plezier. Met het risico bovendien dat jou artiest alleen genoemd werd (op de .. ste plaats George Harrison met This Song). Mwgrrr: weer voor niets zitten kijken. Voor de promotie van het nieuwe album van Harrison waren er in ieder geval twee video’s: Crackerbox Palace en This Song. En wat bleek: George liet zijn gevoel voor humor ook weer toe in zijn muziek. Voor beide nummers had hij clips gemaakt met een enorm hoog Monty Python-gehalte.

Een in de boeien geslagen Harrison wordt in de clip voor This Song een rechtszaal binnengeleid, om daar zijn recente veroordeling te becommentariëren. In zowel clip als song bleek dat hij enorm cynisch en spottend kon zijn. Wat was de reden om dit nummer te schrijven en waar kwam deze (zelf)spot vandaan?

Al vrij snel na het verschijnen van All Things Must Pass werd George beschuldigd van plagiaat: My Sweet Lord zou teveel lijken op He’s So Fine van The Chiffons uit 1963 en in 1976 deed een rechter uitspraak in het nadeel van Harrison. In interviews vertelde Harrison in die tijd vaak dat de rechter tegen hem had gezegd dat hij beide songs mooi vond, waarop George zou hebben geantwoord: maar u hebt zojuist beslist dat het één en hetzelfde liedje is!?

“Crackerbox Palace has a twinkle in its eye, the kind of song that had previously eluded the increasingly self-serious Harrison”.

33 1/3 Is al met al een sterk comeback-album gebleken voor George. Een album met veel humor, dat erg goed ontvangen werd. Zoals in Rolling Stone in een artikel naar aanleiding van de dood van Harrison stond: “Crackerbox Palace has a twinkle in its eye, the kind of song that had previously eluded the increasingly self-serious Harrison”.

In 1979 verscheen met ‘George Harrison’ een ijzersterke opvolger, waarna de carrière weer wat meer in het slop raakte en hij moeite had het daarop volgende album uitgebracht te krijgen. “With A Little Help From His Friends” voor het nummer All Those Years Ago (geschreven voor de vermoorde derde vriend) kwam er uiteindelijk toch groen licht voor een release, waarna Gone Troppo in 1982 zijn naam weer geen goed deed.

Pas in 1987 en met hulp van Jeff Lynne zou Harrison weer opkrabbelen met Cloud Nine, waarna beide heren aangevuld met Tom Petty, Bob Dylan en Roy Orbison The Traveling Wilburys vormden: aanstekelijk vrolijke muziek gespeeld door een band waarvan het hele pr-verhaal net als de namen en de bio van de bandleden verzonnen was. Interviews die ik kon beluisteren omdat ik inmiddels eigen baas was, maar die ik niet perse hoefde te horen omdat het een fictieve band betrof. Wel een goede band overigens.

– Ton Steintjes –