Rubber Soul

BFNL BFNL Columns, Then There Was Music

‘Ik wil mijn haar zoals Paul McCartney het in 1965 had’ ‘Hoe wil je je haar geknipt hebben?’ De kapper had duidelijk vandaag nog niet over (het haar van) Paul McCartney nagedacht. Of ik een foto had en of ik die de volgende keer mee kon brengen. Dus daar zat ik als 14-,15-jarige tussen een aantal leeftijdgenoten en volwassenen, maar wel als enige met een L.P. in mijn handen. Best gek. Helaas was mijn haar te vlassig…

Ik heb de bewuste L.P. (Rubber Soul) in twee keer leren kennen: bijna de helft doordat een collega van mijn vader, toen hij een keer bij ons was, de rode dubbelaar had meegebracht. L.P. 1 konden we overslaan: ik had alles daarop zelf, maar L.P. 2 was een openbaring. Drive My Car boeide vanaf het gitaarintro door het continue loopje onder de zang, het refrein met de piano die dan invalt voor wat akkoordwerk en het Beepbeep… Drive My Car: nog steeds één van mijn favoriete nummers.

Bij Girl voelde je door de zuchtende Lennon de zwaarte van het leven met het verkeerde vriendinnetje, althans dat hoorde ik er in ieder geval als puber in.

In My Life: prachtige tekst, mooie pianosolo in een soort neobarokke stijl. De solo gespeeld (en bedacht) door George Martin: in het halve tempo en opgenomen op halve snelheid, waardoor de piano wat meer een barokklank krijgt zodra die klinkt in het goede tempo. Als er iemand is die aanspraak kan maken op de titel ‘Fifth Beatle’ is het Martin wel. De klassiek geschoolde op en top English gentleman, die door zijn opleiding de weg wist in het orkest en zo voor veel memorabele instrumentaties heeft gezorgd, met altijd prachtige arrangementen voor wisselende orkestbezettingen, maar die met even veel gemak een pianopartij in stijl op ‘Rock And Roll Music’ eruit ‘swingde’.

Verder Norwegian Wood met een heel raar instrument dat er af en toe doorheen jammerde (later leer je dat het een sitar is) en een rare slotwending bij veel regels; een verlaagde zevende trap.

Of Nowhere Man met een á capella meerstemmige inleiding en een dubbelende gitaarsolo van George en John op hun nieuwe Fenders. De samenzang van The Beatles is hier, zoals op elk album, weer fenomenaal.

Wat te denken van Michelle. Een dusdanig knappe harmonische structuur (d.w.z. de opbouw van de akkoorden), dat het zich in veel dingen aan een analyse onttrekt: je kunt niet heel duidelijk zeggen: ‘Dat zijn Pauls keuzes.’ Veel is multi-interpretabel en dat is een teken van echt meesterschap. Het begint al met de toonsoort; staat het nu in majeur met veel uitstapjes naar mineur, of is het mineur met veel uitstapjes naar majeur? De notatie aan de sleutel lijkt het laatste te suggereren, maar Paul weet het ongelooflijk knap in het midden te laten. Voor de leek lijkt het misschien een probleem van niets, maar hier wordt muzikale keuze nummer één bewust niet gemaakt.

Niet lang na het beluisteren van de rode dubbelaar heb ik de L.P. Rubber Soul gekocht; de eerste L.P. van The Beatles die onder invloed van wat steviger drugs gemaakt is. Nog steeds zeven, tussen de twee en drie minuten durende, nummers per kant, maar wat een verschil met alles wat vooraf kwam en wat een wereld van verschil met alle tijdgenoten. Dit is ook het enige album waarbij de US-versie (t/m Revolver weken de albums daar af; toen verboden The Beatles die gewoonte) niet minder is dan de UK-versie en het is de enige L.P. van mij die ooit mee is geweest naar de kapper!

– Ton Steintjes –