WERKWEEK

BFNL BFNL Columns, Then There Was Music

Ik zag er al ruim een jaar tegenop; in het voorlaatste jaar van de middelbare school stond de werkweek gepland. Dat betekende vijf dagen gedwongen interactie met klasgenoten en nog veel erger: vijf dagen geen platendraaien. Vijf lange dagen geen Beatles.  Het doel van zo’n werkweek kon echt elke exotische plek zijn binnen een busreisafstand van een dag. Onze stad bleek… Arnhem. Kon het nog zieliger? Ik kreeg er niet meer zin door. Toen ons verteld werd wat het programma zou zijn was er één middag die het nog een beetje redde voor mij: donderdagmiddag mochten we op eigen gelegenheid de stad in. 

Het kon niet anders of in zo’n stad was wel een platenzaak en daar zouden zeker albums staan die ik nog niet had. De week tot die donderdagmiddag laat zich simpel samenvatten: wachten tot het donderdagmiddag was. Ik kan me met de beste wil van de wereld niet meer herinneren wat we tot die tijd gedaan hebben, maar van die middag weet ik het nog precies: met het groepje jongens waar ik op school veel mee optrok de stad in en hopen dat deze jongens in de platenzaak niet al teveel haast zouden hebben. Ik werd niet teleurgesteld: in de bak die gereserveerd was voor John Lennon stond zijn eerste echte soloalbum: ‘John Lennon/Plastic Ono Band’. Dit album werd bejubeld in het enige boek dat ik over The Beatles had (Het Volledige Platenverhaal) en helemaal geweldig: Yoko deed niet mee op dit album! Op de binnenhoes in het lijstje musici staat zij wel vermeld. Yoko Ono: WInd. Wat dat ook inhoudt, ze was niet te horen, dus wat mij betreft deed ze het ongelooflijk goed. De Yokohaters zouden zeggen dat dat ook haar specialiteit was: gebakken lucht.

Ik zal dit album ongetwijfeld de zaterdag na thuiskomst voor het eerst op de speler gelegd hebben en daarna direct spijt hebben gehad van de aanschaf.

Beluisteren was dus niet nodig; gewoon meenemen die lp. Daarna volgde natuurlijk de stress van het hebben van een lp in een jeugdherberg waar alles aangegrepen werd om plezier te hebben. Het kon mij niet snel genoeg vrijdag zijn. Lekker weer op mezelf met mijn lp’s en de nieuwe aanwinst veilig toegevoegd aan de stapel. Ik zal dit album ongetwijfeld de zaterdag na thuiskomst voor het eerst op de speler gelegd hebben en daarna direct spijt hebben gehad van de aanschaf. Wat moest ik híermee? Een heel kleine bezetting, heel minimalistische muziek en een Lennon die zijn ziel bloot legt. Het begon direct al met ‘Mother’: drie verzen die puur muzikaal gezien weinig interessant zijn en een tekst die zijn tijd neemt en dan dat geschreeuw aan het eind. Verdorie: een hele week kabaal aan mijn hoofd tijdens die werkweek, kom je thuis en het eerste nummer van de eerste lp die je gaat beluisteren, ja hoor: weer kabaal. Het vervolg van kant één was wel wat toegankelijker en sommige songs kon ik zelfs die eerste keer al echt waarderen. Overigens viel ‘Working Class Hero’ wel weer tegen. Het werd enorm geprezen in mijn boek, maar ik vond het maar saai en overlopen van zelfmedelijden.

Kant twee kon me ook niet helemaal boeien. Er waren zelfs nog wat meer dipjes dan op kant één. ‘Well Well Well’ b.v. begon veelbelovend maar ook daar weer dat geschreeuw. Gelukkig vond John het aan het eind van dit nummer ook wel best: hij deed nog een poging tot schreeuwen maar dat lukte niet meer en dan ‘God’. Wat een eindeloze opsomming van dingen waar hij niet meer in geloofde, om te eindigen met: ‘I just believe in me, Yoko and me and that’s reality’. Ik vond het maar raar: waarom nìet geloven in allerlei mooie dingen en wél in hem en Yoko: twee malloten die persconferenties gaven, zittend in een afgesloten zak (Total Communication). Laat me niet lachen en dan ook nog zeggen dat je niet in The Beatles gelooft: doe even normaal man; gooi die vrouw eruit en ga weer gezellig Beatle zijn. Het moest wel Yoko’s fout zijn. Als zij maar uit beeld zou zijn, zou John wel weer normaal doen. Het was wel duidelijk; ik had verkeerd gegokt in die platenzaak. Dit was een miskoop. Miskoop, jazeker voor een puber: het is geen album voor een zestienjarige (of hoe oud ben je als je op werkweek moet?) en het is voor een volwassene ook geen album voor elke dag, misschien zelfs niet voor elk jaar. Het is geen muziek voor bij een glas wijn en een kaasplankje. Het is het soort album waarvan je als je er als volwassene naar luistert denkt: goh, deze moet ik echt vaker beluisteren, maar waarvan je tegelijkertijd denkt als je het in de kast ziet staan: die maar even niet. Je moet er elke keer weer moeite voor doen.

Lennon is in zijn jeugd zwaar beschadigd geraakt. Niet in de laatste plaats door het moment waarop hij als vijfjarige gedwongen werd tot een keuze tussen zijn vader en zijn moeder: met zijn vader mee naar Nieuw Zeeland, of met Julia in Engeland blijven. In haar nabijheid, maar niet echt bíj haar omdat hij ‘gestald’ werd bij zijn tante Mimi. Eén van de meest dramatische momenten uit Johns jeugd, maar helaas voor hem lang niet het enige extreem beschadigende moment.

Pijn brengt in handen van de juiste mensen artistieke schoonheid voort: alles op dit album is werkelijk geweldig verwoord en de minimalistische muzikale invulling en bezetting werken voortreffelijk. Wil ik er daarom regelmatig deelgenoot van zijn? Absoluut niet; daarvoor is het elke keer weer een te ongemakkelijke luisterervaring. Ik heb lang niet altijd zin om er de energie en aandacht in te steken die dit album verdient, maar ik ben wel heel blij dat ik het ken en dat het meerdere keren in mijn kast staat. De keren dat ik wél zin heb om ernaar te luisteren denk ik elke keer weer: die pak ik heel binnenkort nog een keer en dat komt er dan weer niet van.

Ton Steintjes