Venice – What If We Found We; “If I Fell”

BFNL BFNL Columns, van der Linde vertelt

Sommige verwijzingen naar The Beatles zijn té leuk om niet te vertellen, ook al passen ze niet exact in deze reeks columns. Dat de Amerikaanse band Venice goeddeels bestaat uit broers en neven Lennon is al leuk; Kipp, Pat, Mark en Michael Lennon vernoemden zich vanaf 1977 naar het Californische kustplaatsje . . . euhm . . . wijkje van Los Angeles, waar het voor hun allemaal begon. Dat neef Mark geboren is op 28 maart 1963 – dé dag dat The Beatles zes liedjes speelden in de ABC Cinema in Exeter – is een grappig detail.

Nóg leuker is dat de oudere zusters van Kipp en Pat Lennon al vanaf halverwege de 50er jaren roem vergaarden met hun zangkwartet – kijk eens naar de aandoenlijke zwartwitbeelden van die beeldige Lennon Sisters – en zélfs vereeuwigd zijn met een ster in de Hollywood Walk Of Fame. Zingen en close harmony zit de Lennons dus letterlijk in het bloed.

Steeds leuker wordt het als Kipp dan ook nog een liedje zingt in de soundtrack van de tienerfilm Can’t Buy Me Love (1987) en hoewel op de rug gefotografeerd, lijkt de hoesfoto van Welcome To The Rest Of Your Life (2002) wel héél erg op plaatjes van de springende Beatles uit 1963.

Omdat hun recentste CD Jacaranda Street (2019) heet, móest ik dus wel stuiten op het wonderschone What If We Found We:

What If We Found We?
If I give my heart
What If We Found We?

Zowel deze regel als diens zanglijn citeren If I Fell (1964) – vooral geschreven door John Lennon, een beetje geholpen door Paul – bijna letterlijk en net als If I Fell, heeft ook What If We Found We een atypische songstructuur. Omdat Johns huwelijk toen niet lekker liep, wordt aangenomen dat de song zéker niet over Cynthia gaat. What If We Found We heeft – ondanks de knipoog naar Tinder of Facebook – een wat positiever insteek dan Johns buitenechtelijke flirt. De prachtige harmonieën van Venice doen mij denken aan de wonderschone tweestemmigheid van John en Paul, waardoor de geleende tekstregel naadloos in de melodie lijkt te passen.

John, Paul, George en toenmalig bandlid Stuart Sutcliffe vertoefden eind 50s, begin 60s regelmatig in de Liverpoolse muziekclub The Jacaranda. Een Jacaranda mimosifolia is een subtropische boom, die eerder in het zonnige Californië hoort dan in druilerige Liverpool.

In de benauwde Jacaranda-kelder herinneren de schilderingen van Stu nog aan hun eerste pogingen om als band voet aan de grond te krijgen. Toen ik in de zomer van 2019 afdaalde in het Jacaranda-souterrain, was ik vooral nieuwsgierig naar Stu’s kunstwerkjes. Langs de trap zag ik – achter glas – een beschadigd portret van Stuarts hand. Door de tralies van (afgesloten) kelderdeur was een wand vol hologige schedels zichtbaar. Sombere kleuren, angstaanjagende blikken. Allesbehalve gezellig. Toen ik de barjuffrouw bedankte voor haar vriendelijkheid, knikte ze afwezig en klikte een dancenummer aan op haar Spotify-playlist. Hè, hè, weer een Boomer happy, straalde ze uit, nú wij weer!

– Peter van der Linde –

Belangrijkste bronnen: